Sociale hervormingen - pagina 174
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
230
Andere leden zagen in het uitvaardigen van zoodanig verbod géén heil huns inziens zou het geen doel treffen ten gevolge van de verhouding, die er tusschen een werkgever en een bij hem inwonenden arbeider bestaat en die geheel anders is dan de verhouding tusschen een werkgever en een niet-inwonenden arbeider. Daarom konden deze leden ook goedkeuren, dat met betrekking tot inwonende arbeiders de bepalingen van dit artikel niet zullen gelden. Terecht, huns inziens, wordt in de Memorie van Toelichting ook opgemerkt, dat daar wellicht nog andere vormen van loon wenschelijk zijn en in ieder geval daar niet eene schriftelijke overeenkomst behoeft te worden gevorderd. ;
Verscheidene leden konden er zich niet mede vereenigen, dat het loon ook in vreemd geld zal kunnen worden vastgesteld. De redenen, in de Memorie van Toelichting daarvoor aangevoerd, kwamen hun geenszins afdoende voor. Betoogd wordt daar, dat het vrij moet blijven bijv. het loon van den bestuurder eener naamlooze vennootschap in ponden sterling of dollars, of dat van buitenlandsche arbeiders in de munt van hun land meestal de eenige, welker waarde zij begrijpen vast te stellen en dat aan deze vrijheid ook geen gevaar is verbonden voor andere arbeiders, mits slechts zorg gedragen worde, dat de uitbetaling in dezelfde munt geschiede, waarin het loon werd vastgesteld, of, tot een evenredig bedrag, in Nederlandsch geld. Nu schijnt échter bij dit betoog te zijn voorbijgezien, dat art. 19 van de wet van 28 Mei 1901 [Staatsblad n. 132), tot nadere regeling van het Nederlandsche muntwezen, het verbod inhoudt vreemde zilveren, nikkelen, bronzen of koperen munten, behalve in aan te wijzen grensgemeenten, in betaling te geven, zoodat, waar het loon in vreemde munt is vastgesteld, de uitbetaling
—
daarvan
in
vreemde munt,
tenzij
dan gouden
—
munt,
niet zal
mogen
geschieden. De bepaling van het ontwerp is dus met een der hoofdbeginselen van onze muntwetgeving niet in overeenstemming. Voor de buitenlandsche arbeiders, van wie in de Memorie van Toelichting wordt gesproken, is zij verder niet noodig, omdat het meerendeel van deze arbeiders wel in de grensgemeenten ver-
houden en voor hunne belangen genoegzaam zal kunnen worden gewaakt door eene uitzonderingsbepaling ten aanzien van grensgemeenten als in het ontwerp-DRUCKER was opgenomen. Onjuist scheen verder de bewering, dat aan de vrijheid die het ontwerp wil schenken, ook voor andere arbeiders geen gevaar zal zijn verbonden. De arbeider behoort bij de vaststelling van zijn loon te weten, hoeveel dit zal bedragen, en weet dit niet, wanneer de vaststelling geschiedt in vreemd geld, dat later, blijkens art. 1638 h, naar den koers van dag en plaats der betaling of, indien aldaar geen koers bestaat, volgens dien der naastbij gelegen handelsplaats, waar een koers bestaat, tot Nederlandsch geld zal worden herleid. blijf zal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's