Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Sociale hervormingen - pagina 556

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sociale hervormingen - pagina 556

voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.

2 minuten leestijd

6l2 tingen aan de Rijksverzekeringsbank een pand te geven, waarvan de waarde gelijk is aan de contante waarde der rente.

De bepalingen van artikel 74, vierde en vijfde lid, en de bepaling betreffende de wijze van berekening van de in artikel 76, onder 3, bedoelde contante waarde eener rente zijn van toepassing. Artikel 78.

De

werkgever, die ingevolge artikel 76, onder

3,

de contante

waarde eener rente heeft betaald, is, indien de verzekerde ten gevolge van het ongeval, waarvoor hem de rente werd toegekend, overlijdt met achterlating van nagelaten betrekkingen, voor de aan die betrekkingen toegekende schadeloosstellingen geene betaling verschuldigd.

Artikel 79.

Indien eene naamlooze vennootschap of vereeniging, waarop een risico, als bedoeld in artikel 74, is overgedragen, naar het oordeel van Onzen Minister in gebreke is hare uit deze wet voortvloeiende verplichting na te komen, vervalt op het door Onzen Minister te bepalen tijdstip de ingevolge artikel 74 verleende bevoegdheid der werkgevers, wien was toegestaan het in genoemd artikel bedoelde risico op de vennootschap of vereeniging over te dragen. Onze Minister geeft van het vervallen der bevoegdheid kennis aan de bovenbedoelde werkgevers en aan de commissie van aanslag, bedoeld in het laatste lid van artikel 75, met vermelding van het tijdstip, waarop zij is vervallen. In een geval, als bedoeld in het eerste lid, berekent het bestuur der Rijksverzekeringsbank, zoodra het van oordeel is, dat alle renten door de bank verschuldigd wegens haar bekende ongevallen, overkomen aan verzekerden, die voor risico der vennootschap of vereeniging waren verzekerd, definitief zijn vastgesteld en wegens die ongevallen voor de bank geene kosten van geneeskundige behandeling of vergoeding daarvoor meer zullen ontstaan, de gezamenlijke contante waarde der bovenbedoelde renten. Vervolgens verkoopt het bestuur, voor zoover het dit noodig oordeelt, de aan de bank door de vennootschap of de vereeniging ingevolge het in artikel 77 onder 3, bepaalde in pand gegeven fondsen op ééne der wijzen, bedoeld in artikel 1201 van het Burgerlijk Wetboek. Voor zoover de geldsom, die de bank als pand of opbrengst van verkocht pand van de vennootschap of vereeniging onder zich heeft, niet grooter is dan de contante waarde der bovenbedoelde renten vermeerderd met hetgeen de vennootschap of vereeniging ingevolge artikel 77, onder 1 en 2, nog aan de bank schuldig is, wordt die geldsom eigendom der bank. Voor zoover zij meer bedraagt, wordt dit meerdere teruggegeven. Wanneer drie jaren zijn verloopen sinds het in het eerste lid

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

Sociale hervormingen - pagina 556

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's