Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Sociale hervormingen - pagina 91

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sociale hervormingen - pagina 91

voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.

3 minuten leestijd

1

353 andere noodlottige gebeurtenis, ook buiten den tijd der zeereis, vermist wordt. Waar gedurende een bepaalden tijd van den vermisten schepeling niets wordt gehoord, veronderstelt dit artikel, dat hij tengevolge van een bedrijfsongeval is overleden. Totdat het tegendeel hly'kt. Deze woorden, welke eveneens voorkomen in de artikelen 1 1 en \z en aldaar dezelfde beteekenis hebben als hier, duiden aan, dat, zoo na het verstrijken van den bij den algemeenen maatregel van bestuur gestelden termijn alsnog bericht mocht inkomen van het vaartuig of van het in leven zijn van de bemanning of van den schepeling, alsdan de artikelen 1 en 12 of 13 geene toepassing zullen vinden, totdat opnieuw de gestelde termijn is verstreken, sedert voor het laatst van het vaartuig, de bemanning of van den vermiste is gehoord. Indien er gegrond vermoeden bestaat, dat zijne vermissing het gevolg is van een bedrijfsongeval. Dit zal o. a. het geval zijn wanneer een schepeling, die b.v. des nachts de wacht houdt, den

volgenden morgen wordt vermist. Gelijk gezegd werd heeft dit artikel betrekking op den enkelen schepeling, die vermist wordt. Is een vaartuig vermoedelijk met de geheele bemanning vergaan, dat is art. 12 van toepassing. Mocht blijken, dat niet de geheele bemanning maar slechts een gedeelte daarvan is omgekomen, dan is ten aanzien van de schepelingen, die zijn omgekomen, art. 13 van toepassing. De artt. 12 en 13 zijn eene exceptie op den regel, gesteld bij de artt. i en 2 van de wet van 9 Juli 1854 {Staatsblad n". 67), die op hunne beurt weer eene uitzondering zijn op de artt. 523 en 526 van het Burgerlijk Wetboek.

Volgens deze laatste artikelen moeten er vijf of tien jaren verzijn na iemands vertrek of na de laatste tijding, waaruit kon blijken, dat hij in leven was, zonder dat in die vijf of tien jaren bewijs is ingekomen van zijn aanwezen of van zijn overlijden, alvorens eene verklaring van vermoedelijk overlijden kan worden aangevraagd. Deze termijn van vijf of tien jaren wordt bij de en 2 van de bovenaangehaalde wet van 9 Juli 1855 artt. I loopen

beperkt tot: a. drie jaren, wanneer de afwezige blijkt behoord te hebben tot de bemanning of tot de passagiers van een schip, waarvan gedurende dien tijd geene berichten zijn ingekomen; b. één jaar, wanneer de afwezige vermist is ter gelegenheid van eene noodlottige gebeurtenis op 's lands kusten, binnenlandsche zeeën of wateren, aan eenig vaartuig, aan een deel zijner bemanning of zijner passagiers overkomen.

Zonder de bepalingen van de artt. 12 en 13 van het ontwerp, iemand op zee wordt vermist, niet altijd kunnen worden uitgemaakt of die vermissing het gevolg is geweest van een bedrijfsongeval. Deze artikelen nemen aan, dat de vermissing het zou, indien

I-

23

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

Sociale hervormingen - pagina 91

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's