Sociale hervormingen - pagina 76
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
338
welke de uitoefening der zeevisscherij plaats vindt. Met deze factoren kan in eene bijzondere regeling meer rekening worden gehouden dan in eene wet, welke bijna uitsluitend ontworpen is met het oog op bedrijven, welke onder nagenoeg gehjke tijdens al
omstandigheden worden uitgeoefend.
Ad 2um
en TfUm. Nu de visscherij op de rivieren en binneneenmaal is opgenomen onder de verzekeringsplichtige bedrijven, genoemd in art. lo der Ongevallenwet 1901, heeft de vraag, of eene afzonderlijke regeling voor de visscherij op de Zuiderzee, langs de kusten van Friesland en Groningen en op de Zeeuwsche en Zuidhollandsche stroomen, gewenscht is, zeker reden van bestaan, Voor eene ontkennende beantwoording dezer vraag pleit, dat het niet wenschelijk is, wijziging te brengen in op eene wet gegronde toestanden wanneer zulks niet bepaald noodzakelijk is en zulks te minder, indien de wijziging ten gevolge zou hebben dat lasten, aan welke de industrie eenmaal gewend vervangen worden door andere lasten. Daartegenover staat is, echter, dat de Ongevallenwet igoi nog zoo kort in werking is, dat de werkgevers zeker niet gezegd kunnen worden met die wet volkomen vertrouwd te zijn geworden. Bovendien is er zeker veel voor te zeggen om, nu eene regeling zal worden ingevoerd voor de Noordzeevisscherij, welke rekening houdt met de bijzondere eischen van het bedrijf, die regeling ook toe te passen op voor welke die regelingen die takken der binnenvisscherij, beter passen dan die, opgenomen in de Ongevallenwet 1901. Men denke aan onderzoek en aangifte van ongevallen, vermoedeHjk overlijden, vergaan van een vaartuig enz. Er is echter meer. Zooals boven, bij de beschrijving van het visschersbedrijf op de Zuiderzee enz. is gezegd verschilt de oeconomische positie van den werkgever op die wateren weinig van die zijner werklieden. Hetgeen die werkgever-visscher in de gunstige jaren meer dan zijn knecht verdient strekt meestal ter aflossing van de schuld, die op zijn vaartuig rust de financieele toestand van den kleinen werkgever is dus slechts schijnbaar beter dan die van zijn knecht. Bovendien is de kleine ondernemer tevens zelf werkman en staat hij aan dezelfde gevaren bloot als zijne werkHeden, daar hij zelf steeds mee uitgaat ter visscherij en niet, zooals de reeder bij de grootvisscherij, uitsluitend als administrateur optreedt. Waar dus de oeconomische positie en de werkkring nagenoeg gelijk zijn aan die van zijne werklieden, hebben de ondergeteekenden gemeend, dat eene verplichte verzekering tegen ongevallen voor dezen werkgever even noodzakelijk is als voor zijn werkman. En dit te meer, waar uit onderstaande tabel blijkt, dat het aantal werkgevers en werklieden bij de kleine zeevisscherij nagenoeg gelijk is en dus eene ongevallenverzekering veel van hare beteekenis zon verliezen, indien zij zich slechts beperkte tot de werkwateren
;
lieden
in
dat
bedrijf.
De
onderstaande
cijfers
zijn
ontleend
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's