Sociale hervormingen - pagina 61
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I.
51
de intrekking van renten, indien bij het toetreden tot de j. verzekering een derde zich voor den verzekerde heeft doen doorgaan k. alles wat betreft de uitvoering en het toezicht op de naleving dezer wet en de beslissing bij verschil tusschen werkgevers en werklieden alsmede tusschen werkgevers of werklieden en ambtenaren, ondergeschikt aan het bestuur der Bank, of commissies, als bedoeld in artikel 1 3
verplichting om aan ambtenaren met de uitvoering of toezicht op de naleving dezer wet belast en aan commissies als bedoeld in artikel 1 3 en hare leden mondeling en schriftelijk inlichtingen te geven, opgaven te doen en inzage te verleenen /.
de
met het
van boeken, bescheiden, rentekaarten en andere stukken, alsmede om voor genoemde ambtenaren en commissies en hare leden te verschijnen en, behoudens het verschooningsrecht bedoeld bij het derde lid van artikel 66 van het Wetboek van Strafvordering, voor hen getuigenis af te leggen en hun zijn diensten als deskundige te verleenen; uitvaardigen en het executoir verklaren van het in bedoelde dwangbevel, de bevoegdheid van den werkman om de door den werkgever verschuldigde premiën te betalen en de subrogatie van den werkman in de rechten van de Bank tegen den werkgever;
m.
het
artikel 85
de betaling door den werkgever, wiens onderneming niet Nederland gevestigd is en in wiens onderneming werklieden in Nederland werkzaam zijn, die niet verzekeringsplichtig zijn omdat zij vreemdeling en geen Rijksingezetene zijn, aan het Rijk van een bedrag, gelijk aan het bedrag der premiën, die door of voor de werklieden zouden moeten worden betaald, indien deze geen vreemdeling of indien zij Rijksingezetene waren n.
in
;
o. de invordering bij dwangbevel, dat na executoirverklaring door den kantonrechter in het geheele Rijk kan worden ten uitvoer gelegd, van het in litt. n bedoelde bedrag;
de
/,
het in
van den werkgever van de verplichting om n bedoelde bedrag te betalen;
ontheffing
litt.
verzoek om rente en de toekenning der rente of van 36 bedoelde bedrag door het bestuur der Bank, met dien verstande, dat het recht op een bedrag, dat aan den rechthebbende, ware een beslissing tot toekenning, intrekking, herziening, inhouding of niet-uitkeering van een rente of van een bedrag, als bedoeld in artikel 36, vóór diens overlijden genomen of in beroep verbeterd, zou zijn uitgekeerd tot en met den dag van zijn overlijden, niet overgaat op de erfgenamen van den rechthebbende. q.
het
het
in
artikel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's