Sociale hervormingen - pagina 252
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
240 intusschen niet de gevolgtrekking maken, dat de naleving der wet aldaar slechts weinig te wenschen overliet. Moet nu in verband met het bovenstaande uitbreiding worden gegeven aan de medewerking der gemeentepolitie met betrekking tot het toezicht op de naleving met name van voorschriften, voor zooveel dit geen technische kennis vereischt, dan zal ook in tal van plaatsen uitbreiding van het aantal politieambtenaren noodzakelijk zijn. Indien nu aan een of meer politieambtenaren in het bijzonder toezicht op de naleving der nieuwe wet wordt opgedragen, dan zullen de gemeenten uit den aard der zaak ook van die ambtenaren nog andere diensten trekken dan alleen voorde naleving van deze wet. In verband met een en ander komt het wenschelijk voor aan elke eenigszins aanzienlijke gemeente de verplichting op te leggen om een of meer ambtenaren van gemeentepolitie in het bijzonder te belasten met het opsporen van overtredingen van de wet, tegen vergoeding door den Staat van een goed deel der daaruit voor de gemeenten voortvloeiende teur
kosten.
In gemeenten, die 5000 of minder inwoners tellen, bestaat voor het aanstellen van ambtenaren, in het bijzonder belast om overtredingen van deze wet op te sporen, minder aanleiding. In welke gemeenten boven de 5000 inwoners dergelijke aanstelling noodig zal zijn, zal door den Minister worden bepaald, terwijl dan ook
hem zal worden bepaald hoevele ambtenaren zullen moeten worden aangesteld. Voor de uitkeering door den Staat aan de gemeente te doen, kan geen vast bedrag woorden vastgelegd in de wet. Voor eene groote gemeente, waar het leven duur is, zal een hooger bedrag moeten worden gegeven dan voor eene goedkoope kleine gemeente. Het schijnt daarom het beste beneden eene in de wet bepaalde maximum-grens het bedrag te laten vaststellen door den met de uitvoering der wet belasten Minister. Van groot belang is het, dat de inspecteurs van den arbeid opgaven ontvangen van alle inspectiƫn, die door de gemeentepolitie zijn verricht, en daarbij ook van hetgeen daarbij is waargenomen. Met het oog daarop bepaalt art. 433, dat aanteekeningen moeten worden gemaakt van elke inspectie. Het ligt in de bedoeling om die aanteekeningen te doen plaatsen op speciaal daarvoor vervaardigde staatjes, van Rijkswege te verstrekken. door
HOOFDSTUK
IX.
Slotbepalingen. Artt. 439 en 440. Waar de wet tot het opmaken van een betrekkeliijk groot aantal stukken leidt, schijnt het billijk om het
opmaken en de verzending daarvan zoo min mogelijk kostbaar te
maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's