Sociale hervormingen - pagina 36
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I.
26
nog niet bereikt hebben, dan is het bestuur bevoegd gedurende het verbUjf van den verzekerde in een inrichting ten behoeve dier kinderen uit te keeren ten hoogste ^/^ van het geraamde bedrag, dat aan de verzekerde zou zijn toegekend, indien deze bij zijn opneming ingevolge de bepaHngen van hoofdstuk VI recht op invahditeitsrente had gehad. Wordt gedurende het verbhjf in de inrichting invahditeitsrente door den verzekerde aangevraagd, dan kan bij toewijzing van het verzoek op grond van Htt. b van artikel 27 met de verpleging voor rekening van
jaren
het fonds worden voortgegaan, indien het bestuur der Bank meent, dat daardoor de verloren arbeidskracht geheel of gedeeltelijk herkregen zal worden. De uitkeering ten behoeve der kinderen van den verzekerde wordt in dat geval dadelijk gestaakt. Het ten behoeve der kinderen over den tijd na den dag van indiening van het verzoek om rente uitgekeerde bedrag wordt, onverschillig of met de verpleging van den verzekerde voor rekening van het fonds wordt voortgegaan, met de rente of met de in artikel 36 bedoelde uitkeering verrekend.
Artikel 67.
Wordt nadat de behandeling
of verpleging voor rekening en ouderdomsfonds krachtens het voorgaande artikel is aangevangen, aan den verzekerde krachtens de Ongevallenwet 1901 of eenige andere Ongevallenwet schadeloosstelling toegekend, dan stort het bestuur der Rijksverzekering-sbank, indien aan dat bestuur blijkt dat de behandeling of verpleging voor rekening van het ongevallenfonds had behooren te geschieden, in het invaliditeits- en ouderdomsfonds een bedrag, gelijk aan het krachtens de bepalingen van het voorgaande artikel uitgegeven bedrag. Het aldus gestorte wordt geacht door den door een ongeval getroffene direct uit het ongevallenfonds te zijn genoten. (i)
van het
(2)
invaliditeits-
Artikel 45
is
van toepassing. Artikel 68.
(i) De Bank treedt voor het krachtens artikel 66 uitgegeven bedrag, met inachtneming van hetgeen te dier zake en voor het gedeelte dat bij algemeenen maatregel van bestuur zal worden bepaald, in de rechten, welke de verzekerde krachtens de Ziekteverzekeringswet 1905 kan doen gelden over den tijd, gedurende welken hij voor rekening van het invaliditeits- en ouderdomsfonds behandeld of verpleegd is, en zulks van het tijdstip af waaroj^ door het bestuur der Bank aan het bestuur van de ziekenkas kennis is gegeven, dat de verzekerde voor rekening van het invaliditeits- en ouderdomsfonds behandeld of verpleegd wordt. De ziekenkas is niet gehouden tot uitkeering van een (2) grooter bedrag dan waarvoor zij gedurende het bedoelde tijdvak
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's