Sociale hervormingen - pagina 345
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
401
28 Mei
1901
{Staatsblad n.
132), uitbetalen in
vreemde munt
mogen plaats vinden, wanneer het loon munt was vastgesteld. Opneming van eene bepaling in art slechts
dan
zal
in die 16377',
dat in de bovenbedoelde grensgemeenten het loon ook in vreemd geld zal kunnen worden vastgesteld werd daarom alleszins noodig geacht. Door den Minister werd de noodzakelijkheid van zoodanige bepaling toegegeven en opgemerkt, dat hare opneming in art. 1637/ zoodanige wijziging van art. 1638^ tengevolge zal moeten hebben, dat de voldoening van het loon steeds zal moeten geschieden in dezelfde munt, waarin het werd vastgesteld. De daar aan den arbeider gegeven vrijheid om te kiezen zal dus moeten eerste
lid,
onder
i
.,
vervallen.
Van de
zijde der Commissie werd de moeilijkheid erkend deze gelegenheid ten aanzien van het collectief arbeidscontract in het algemeen wettelijke regelen te stellen. Daarnaast
V.
om
bij
geuit, dat de vraag overweging verdient, of niet althans in de bepaling van art. 1637 k de beteekenis van het collectief arbeidscontract zou kunnen worden erkend en met de mogelijkheid, dat zoodanig contract bestaat rekening zou kunnen worden gehouden. Dit zou wellicht kunnen geschieden door eene toevoeging aan het artikel van deze strekking, dat met name als „gebruikelijk" zoude worden beschouwd eene regeling aangaande het loon, vervat in eene algemeene overeenkomst omtrent arbeidsvoorwaarden tusschen werkgevers en
werd echter de meening
arbeiders.
De
Minister verklaarde zooveel mogelijk te gemoet te willen verschillende zijden geuiten wensch om in het wetsontwerp het collectief arbeidscontract niet geheel voorbij te gaan. Terwijl daarom zijnerzijds wordt overwogen of niet wellicht in het wetsontwerp zou zijn op te nemen eene bepaling van de strekking, dat nietig zullen zijn arbeidsvoorwaarden, vastgesteld tusschen werkgevers en arbeiders, die eene collectieve overeenkomst hebben gesloten en welke voorwaarden met die overeenkomst in strijd zijn, zal tevens het door de Commissie
komen aan den van
aangegeven denkbeeld in overweging worden genomen. Overigens was de Minister van gevoelen, dat het niet mogelijk moet worden geacht, in de wet aan te geven welk deel van de werkgevers en de arbeiders in eenig vak aan eene overeenkomst omtrent arbeidsvoorwaarden moeten hebben deelgenomen, om deze tot eene collectieve arbeidsovereenkomst in den zin der wet te stempelen. Aan het oordeel van den rechter zou hier veel moeten worden overgelaten. Van de zijde der Commissie werd de juistheid van dit gevoelen toegegeven. VI. Naar aanleiding van de mededeeling in de Memorie van Antwoord omtrent den hoofdzakelijken inhoud van den onder II.
26
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's