Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Sociale hervormingen - pagina 96

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sociale hervormingen - pagina 96

voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.

2 minuten leestijd

84 Artikel 407. die hun twaalfde jaar niet voleind hebben en eveneens voor jongens en meisjes, die niet ingevolge de bepalingen der Leerplichtwet {wet van 7 Juli 1900, Staatsblad n". iii) buiten de leerverplichting vallen, worden geen arbeidskaarten afgegeven of opgemaakt.

Voor jongens of

meisjes,

Artikel 408.

Bestaat bij hem, die de arbeidskaart opmaakt, twijfel of een persoon al of niet buiten de leerverplichting valt, dan kan hij, alvorens de kaart op te maken, van den aanvrager der arbeidskaart vorderen de onderteekening van een e verklaring, waarvan het model door Onzen Minister wordt vastgesteld.

Artikel 409.

Ingeval van weigering om de in het vorige artikel bedoelde verklaring te onderteekenen wordt geen arbeidskaart opgemaakt. Artikel 410.

Het hoofd of de bestuurder van het

bedrijf draagt zorg in

van de arbeidskaart voordat een jongen of meisje, ten aanzien van wien deze wet in de artikelen 267 en volgende den arbeidsduur beperkt, werkzaamheden verricht in of ten behoeve van zijn bedrijf. Hij bewaart de arbeidskaart zoolang de arbeidsbetrekking duurt. het

bezit

te

zijn

Artikel 411.

Het hoofd of de bestuurder draagt zorg, dat de arbeidskaart op aanvrage ter inzage wordt verstrekt aan den ambtenaar, belast met het opsporen van een in deze wet strafbaar gesteld feit. Artikel 412.

Indien de arbeidsbetrekking tusschen het hoofd of den bestuurder en den persoon, ten aanzien van wien eerstgenoemde eene arbeidskaart in zijn bezit heeft, eindigt, geeft deze desverlangd tegen ontvangstbewijs de arbeidskaart af. De afgifte geschiedt aan het hoofd van het gezin, waarbij of van het gesticht, waarin de jongen of het meisje inwoont. Alleen onder schriftelijke goedkeuring van dat hoofd geschiedt de afgifte aan den jongen of het meisje.

Artikel 413.

De arbeidskaart vermeldt den naam, de voornamen van den jongen of het meisje, den dag, het jaar en de plaats van hunne geboorte, hunne woonplaats en, zoo de arbeidskaart door een ander dan den jongen of het meisje is aangevraagd, den naam, de voornamen en de woonplaats van den aanvrager.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

Sociale hervormingen - pagina 96

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's