Sociale hervormingen - pagina 204
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
192
§ 3-
Van aangiften van fabrieken en werkplaatsen.
—
Behoudens art. 260 zijn deze artikelen ont262. Art. 258 leend aan de artt. 13, 27 en 14 der Veiligheidswet. Opneming der artt. 258, 259, 261 en 262 is noodig, ten einde de ambtenaren bekend te maken met de aanwezigheid van fabrieken en werkplaatsen en hun eenige gegevens daarover te verschaffen. Die voorschriften zijn min of meer ongewijzigd uit de Veiligheidswet overgenomen met dit voorbehoud nochtans, dat naast krachtwerktuigen in art. 258 ook van ovens wordt gewaagd, en dat het ontwerp van de naleving van het voorschrift vrijstelt het hoofd of den bestuurder der inrichting, die zijn bedrijf vütoefent zonder hulp van anderen. De opgave wordt ingezonden aan den burgemeester, die, na er aanteekening van te hebben gehouden, haar aan den ambtenaar der inspectie zendt. Aan inzending aan den burgemeester schijnt de voorkeur gegeven te moeten worden boven inzending aan den inspecteur, omdat de burgemeester, als beter ter plaatse bekend, beter in staat is toe te zien op de naleving der verplichting. In art. 260 is een voorschrift opgenomen, dat in de Veiligheidswet niet voorkomt, maar waaraan in de practijk herhaaldelijk behoefte is gevoeld. De ambtenaren der inspectie toch ontvangen mededeeling van het in werking brengen of hebben van eene inrichting, maar van de opheffing, de verplaatsing of het afbranden der inrichting ontvangen zij geen bericht. Toch wordt op het ontvangen ook van zoodanige kennisgeving ten hoogste prijs gesteld. Menige reis men denke aan eene zeer afgelegen inrichting, die slechts na eene kostbare reis is te bereiken wordt aan de ambtenaren van het toezicht bespaard, wanneer zij vernemen welke inrichtingen niet meer in werking zijn.
—
§ 4.
—
Van aangiften van
—
o?igevallen.
Artt. 263 Deze artikelen betreffen de verplichting tot het 265. kennisgeven van ongevallen. In de Veiligheidswet wordt dat onderwerp geregeld in art. 12. Zonder meer kan dat voorschrift niet in het ontwerp worden opgenomen, omdat ook de Ongevallenwet 1901 in art. 61 de verplichting aan werkgevers oplegt om van ongevallen kennis te geven. Indien de aangifte van het ongeval ingevolge de Ongevallenwet 1901 plaats heeft gehad, is het niet noodig den werkgever te verplichten nog een tweede kennisgeving te doen inzenden, vermits de inspecteur kennis krijgt van een plaats gehad hebbend ongeval ingevolge het laatste lid van art. 61 der Ongevallenwet 1901. In het ontwerp is gezorgd dat de inspecteur van elk ongeval eene kennisgeving ontvangt, tij^^^g" genoeg dat een behoorlijk onderzoek naar aanleiding van het ongeval plaats kan hebben zoodat hij dus in staat is te be-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's