Sociale hervormingen - pagina 149
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
137 te worden ingetrokken te lang zoude duren moet hij de werking der vergunning kunnen schorsen. Vooral ingeval de zedelijkheid van den leerling bij langer verblijf bij den patroon gevaar loopt, kan het wenschelijk zijn om voorloopig tot schorsing over te gaan ten einde daarna te beslissen, of den patroon de bevoegdheid om
leerlingen te
hebben kan worden gelaten. der vergunning geschorst, dan
Wordt de werking
is ook de werking der leerovereenkomst geschorst, terwijl bij intrekking der vergunning ook geen leerovereenkomst met den betrokken patroon meer werkt (artt. 46 en 47). Beroep kan worden ingesteld zoowel tegen eene weigering van den burgemeester om eene vergunning te verleenen overeenkom-
tegen eene door hem genomen beslissing ingehet beroep beslist de Minister na onderzoek. Soms zal dit onderzoek plaats hebben door personen met het vak, waarin de leerling wordt opgeleid, ter dege bekend; dit zal het geval zijn wanneer de ongeschiktheid van den patroon om leerlingen op te leiden of wel zijne onbekwaamheid wordt beweerd.
stig
art.
volge
23, als
art.
ArL
34.
Op
Het is niet meer dan billijk, dat een hoofd of bestuureen leerling opleidt, eenige zekerheid heeft, dat deze, na wellicht eigendunkelijk een einde aan de betrekking, uit de leerovereenkomst ontstaan, te hebben gemaakt, niet zonder meer onmiddellijk bij een ander hoofd of een anderen bestuurder als leerling wordt aangenomen. Daardoor kunnen de belangen van den eersten patroon in hooge mate worden geschaad. De leerling, die zooveel mogelijk bekend gemaakt moet worden met het bedrijf of een onderdeel daarvan ingevolge art. 38, zal met eenig fabrieksgeheim bekend kunnen zijn, waarvan de kennis voor een ander patroon in hetzelfde bedrijf van niet geringe waarde kan zijn. Hoewel het ontwerp nergens aan den patroon de verplichting oplegt om aan den leerling fabrieksgeheimen mede te deelen is het natuurlijk zeer goed mogelijk, dat een vlugge leerling derger lijk geheim toch te weten komt. Behalve het bepaalde in art. 273 van het Wetboek van Strafrecht nog straf te stellen op het m.ededeelen van dergelijke fabrieksgeheimen ook wanneer van geen opzet is gebleken schijnt niet wenschelijk. Daargelaten, dat strafbepaling- slechts een repressief middel is om de mededeeling van de bedoelde geheimen te voorkomen, zal het in menig geval zeer lastig zijn te bewijzen, dat eenig geheim is medegedeeld, omdat de persoon, aan wien zulks is geschied, er belang bij heeft om dit te verzwijgen. Beter schijnt het te trachten den leerling in dien zin aan zijn eersten patroon te binden, dat hij niet als leerling bij een anderen patroon kan worden aangenomen, dan nadat een en ander is in acht genomen. Uit den aard der zaak moet ten aanzien van den leerling een leerovereenkomst met een anderen patroon kunnen worden opgemaakt wanneer de betrekking met den eersten patroon is geëin43.
der, die
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's