Sociale hervormingen - pagina 575
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
631
derde punt, de verzekering van den werkgever, heeft de ondergeteekende gemeend, dat ook deze verzekerd behoort te worden. Volgens de beroepstelling van 1899 waren in de verschillende landbouwbedrijven werkzaam: 390,934 werklieden en 179,344 ondernemers, te zamen 570,271 personen. Het aantal eigenaren en pachters, dat van 1 10 H.A. land in gebruik had, bedroeg in datzelfde jaar 115,317, terwijl de overige 64,027 landgebruikers meer dan 10 H.A. bezaten. Hoewel de uitgebreidheid van het grondbezit niet altijd een even juiste maatstaf oplevert ter beoordeeling van de vraag naar de meer of mindere welvaart van den ondernemer, daar bijv. eenige H.A. tuingrond eene grootere waarde in opbrengst vertegenwoordigen dan een gelijk aantal H.A. weiland, zoo kan toch wel in het algemeen worden aangenomen, dat zij, die minder dan 10 H.A. grond in gebruik hebben, behooren tot de kleine ondernemers, die zelf dagelijks in het bedrijf werkzaam zijn en die, indien zij door een bedrijfsongeval worden getroffen, dat eene voortdurende of langdurige ongeschiktheid tot werken ten gevolge heeft, niet minder dan hunne werklieden behoefte hebben aan eene wettelijk gewaarborgde schadeloosstelling. Daar bovendien de ondernemer in de landbouwbedrijven in den regel, meer dan zulks in de industrie het geval is, aan dezelfde gevaren blootstaat als zijne werklieden, doordat hij zelf meer mede werkzaam is in het bedrijf, en niet uitsluitend met de leiding der werkzaamheden belast is, heeft de ondergeteekende gemeend, de verplichte verzekering van den werkgever in het ontwerp te moeten opnemen, wil niet een groot gedeelte van hen, die in de landbouwbedrijven werkzaam zijn en aan dezelfde gevaren bloot staan als hunne werklieden, verstoken blijven van de voordeelen, toegekend aan die werklieden, die oeconomisch nagenoeg op eene lijn staan met hun werkgevers. Aanvaardt men het beginsel, dat de kleine ondernemer in de verzekering dient te worden opgenomen, dan rijst de vraag: waar is de grens tusschen kleinen en grooten ondernemer ? Deze grens is niet gemakkelijk te trekken. Als criterium van het al of niet verzekeren van den werkgever kan bezwaarlijk dienen het aantal werklieden, dat een ondernemer in zijn dienst heeft, daar dit aantal zeer nauw verband houdt met de soort van cultuur en den aard van den bodem en niet met de maatschappelijke welvaart van den ondernemer. Bovendien heeft de werkgever niet geregeld eenzelfde aantal personen in loondienst; in den landbouw wordt, zooals hiervoor reeds werd opgemerkt, veel met los werkvolk gewerkt en laat de landbouwer vele werkzaamheden door zijne huisgenooten verrichten waardoor hij hulp van derden
—
uitspaart.
Evenmin zou
als criterium kunnen gelden het aantal H.A. den kleinen ondernemer in gebruik, tenzij eene minutieuse verdeeling naar de grondsoorten en naar den aard van
land
bij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's