Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Sociale hervormingen - pagina 218

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sociale hervormingen - pagina 218

voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.

3 minuten leestijd

2o6 per etmalen arbeid mogen verrichten, terwijl volgens art, 268 jongens en meisjes slechts gedurende 10 uren per etmaal werkzaam mogen zijn, wanneer hun arbeid bestaat uit loopwerk. Daarnaast moet worden geregeld wat zal gelden voor de jongens en meisdie zoowel in een winkel werkzaam zijn, als loopwerk verjes, richten. Daartoe strekt het derde lid van art. 298. Het tweede en het derde lid van art. 299 zijn ontleend aan art. 28 der Veiligheidswet. Met het oog op de omstandigheid, dat het toezicht op de naleving der hier bedoelde bepalingen mede zal worden opgedragen aan de ambtenaren der arbeidsinspectie, behooren deze ambtenaren eenige exemplaren te ontvangen van elke krachtens art. 299 vastgestelde gemeenteverordening.

met hetgeen werd aangeteekend als toelichting op 290, schijnt het bepaalde in de artt. 301 en 302 geen bijzondere toeUchting te vereischen. Alleen dient te worden opgemerkt, dat vergunning tot overwerk niet door den Minister behoort te worden verleend. Een ambtenaar zal daartoe door den Minister In verband

art.

worden aangewezen. Uit den aard der zaak zal daarvoor een ter plaatse min of meer bekend persoon worden gekozen. Zoowel omdat de behoefte om den winkel langer open te houden zich wel niet plotseling zal doen gevoelen, alsook omdat de vergunningen zullen worden verleend door een ambtenaar, die zich ter plaatse of op niet te grooten afstand bevindt, en eindelijk omdat de gewone arbeidsduur in winkels in den regel wel 1 1 uur per etmaal zal bedragen, komt het niet noodig voor aan het hoofd of den bestuurder nog de bevoegdlieid toe te staan om, zonder vergunning te hebben verkregen, af te wijken van het bepaalde in art. 298 of in het krachtens art. 299 voorgeschrevene. In art. 302 onder b wordt bepaald, dat het einde van den arbeid twee uren later kan worden gesteld dan art. 298 veroorlooft. Zoolang het einde van den arbeid volgens laatstgenoemd artikel op 9 uur des avonds blijft bepaald, zal vergunning kunnen worden verleend om het einde op 1 1 uur te stellen. Zoodra ingevolge art. 299 het einde van den arbeid wordt bepaald bijv. op 8 uur des avonds, zal echter in eene vergunning het einde niet later dan op 10 uur kunnen worden gesteld.

Artt. 303—308. Het is inderdaad een moeilijk vraagstuk hoe de rusttijden voor de arbeiders in eene fabriek of werkplaats behooren te worden ingedeeld. Is men aan den eenen kant geneigd om den arbeider na eenige uren arbeid een tijd van rust te waarborgen, aan den anderen kant staat het verlangen van menigen arbeider om het uur van aanvang en dat van einde der werkzaamheden zoo dicht mogelijk bij elkander te doen vallen. Het vroeg eindigen van den arbeid geeft den eenen arbeider gelegenheid om een stukje land te bebouwen en stelt den ande-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

Sociale hervormingen - pagina 218

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's