Sociale hervormingen - pagina 190
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
246 drukkelijk de bepalingen worden aangewezen, welker overtreding
met boete kan worden
gestraft.
Men
bleek van gevoelen te verschillen ten aanzien van de vraag, of het bedingen van boete bij eene arbeidsovereenkomst, die mondeling wordt aangegaan, de nietigheid van de overeenkomst in haar geheel dan wel alleen van het niet geoorloofde beding ten gevolge zal hebben. Opgemerkt werd, dat wel in het vierde lid een maximum voor de op te leggen boete wordt gesteld, doch deze bepaling niet afdoende zal zijn, nu een voorschrift ontbreekt omtrent het maximum-bedrag der gezamenlijke boeten, binnen een zeker tijdvak aan denzelfden arbeider op te leggen. De werkgever zal nu kunnen trachten door het bij herhaling opleggen van boete aan de hem gestelde beperking ten aanzien van het te ontkomen. Wel is hem in art. 16387" te dezen aanzien weer eene grens gesteld, doch deze bepaling zal misbruiken van de zijde van den werkgever, als waartegen het voorschrift van het vierde lid is gericht, niet vermogen tegen
maximum-bedrag
te gaan.
Terwijl sommige leden het hier gestelde maximum voor de op te leggen boete te laag achtten en op verhooging aandrongen, waren anderen van oordeel, dat het veeleer nog te hoog is gesteld en verlaging behoorde te ondergaan. In aansluiting aan de boven weergegeven beschouwingen werd betoogd, dat juist hier, ten aanzien van het boetebeding, duidelijk uitkomt, hoe verkeerd het criterium is, dat in het ontwerp voor de meerdere of mindere zelfstandigheid van de arbeiders wordt gesteld. Nu het kenmerk in den termijn van vaststelling van het loon is gezocht, zal ontduiking van de wetsbepaling voor den werkgever al zeer gemakkelijk zijn, omdat zij hem op niet de minste financieele opoffering zal
Op
komen
te staan.
en 41 van de Memorie van Toelichting wordt opgemerkt, dat zeer hooge boetebedingen dikwerf wenschelijk kunnen zijn en wordt dit toegelicht met de woorden: „men denke bijv. aan directeuren van spoorwegmaatschappijen". Sommige leden begrepen niet, waarom juist deze personen hier als voorbeeld zijn genomen en verzochten daaromtrent te mogen bladz.
worden
40
ingelicht.
Art. 1637 t- Opgemerkt werd, dat nu in art. 1637 s niet is opgenomen, dat de boeten nimmer mogen strekken tot persoonlijk voordeel van den werkgever, deze bepaling omtrent het vorderen van schadevergoeding ten gevolge kan hebben, dat de werkgever zijne schade tweemalen krijgt vergoed. Immers zal de boete, zooals uit de Memorie van Toelichting ook blijkt, thans niet alleen eene straf zijn, doch daarin voor den werkgever tevens eene schadevergoeding liggen opgesloten. In het ontwerp-DRUCKER daarentegen waren boete en schadever-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's