Sociale hervormingen - pagina 421
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
409 eene dergelijke toepassing. Daargelaten dat, indien zulks wel het geval ware, de Memorie van Toelichting dit belangrijke punt niet met stilzwijgen zou zijn voorbijgegaan, meende men er op te mogen wijzen, dat de bepaling toch in elk geval alleen betrekking heeft op het bepaalde in hoofdstuk III, in de eerste afdeeling van hoofdstuk lY en in § i van de tweede afdeeling van datzelfde hoofdstuk, zoodat voor al wat daarbuiten ligt de leemte zou blijven bestaan. Gaarne zou men omtrent dit punt het oordeel der Regeering vernemen. Wat de redactie betreft, werd nog opgemerkt, dat in plaats van „in de eerste afdeeling of de eerste paragraaf" zal moeten worden gelezen: „in de eerste afdeeling en de eerste paragraaf". Art. 237. Indien met „nadere voorschriften" iets anders mocht bedoeld dan voorschriften om de nakoming te verzekeren van de bij algemeenen maatregel van bestuur vast te stellen voorwaarden, zouden verscheidene leden tegen deze bepaling ernstig' bezwaar moeten maken. Art, 235 gaat reeds zeer ver, maar indien nu de bevoegde ambtenaar de voorwaarden nog naar goedvinden zou mogen verzwaren, zou elke waarborg tegen het stellen van onredelijke eischen ontbreken. Heeft de uitdrukking niet eene zoo ver strekkende beteekenis, dan behoort de redactie van het artikel te worden gewijzigd. zijn
Art. 2T^Q. Vele leden w^aren van oordeel, dat de voorschriften van den ambtenaar steeds schriftelijk behooren te worden verstrekt. Bij mondelinge besprekingen kan zeer licht een misverstand plaats hebben en dit moet, waar het zoo teedere belangen g-eldt, tot eiken prijs worden voorkomen. Vooral ook in verband met de clausule van art. 239, dat een voorschrift den termijn bepaalt, binnen welken daaraan behoort te zijn voldaan, is het van het hoogste belang, dat van dien termijn uit een schriftelijk stuk blijke. Art. schriften
Met de regeling van het beroep tegen de v^oorvan den bevoegden ambtenaar konden verscheidene
240.
leden zich niet vereenigen. In de eerste plaats werd die regeling omslachtig gevonden. In de meeste gevallen zullen de voorschriften wel worden gegeven door een anderen dan den ter plaatse hoogst bevoegden ambtenaar; belanghebbenden zullen alsdan eerst bij laatstbedoelden ambtenaar in beroep kunnen gaan en zich vervolgens weder van diens beslissing op den Minister kunnen beroepen. Ééne instantie scheen hier voldoende. Men achtte het bovendien minder juist gezien, dat men zich van een voorschrift van een adjunct-inspecteur op den inspecteur zou kunnen beroepen de verhouding tusschen beide ambtenaren moet, meende men, ongeveer dezelfde zijn als die tusschen den officier van justitie en zijne substituut en ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's