Sociale hervormingen - pagina 218
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
;
274 deze regeling, in het bijzonder met de bepaling van art. 1639/, gehad, te verstaan en te waardeeren hare opvatting, dat eene dienstverhouding, die jaren lang heeft geduurd, niet op korten termijn moet kunnen worden verbroken, is alleszins begrijpelijk en voor de hand liggende zij wordt ook in arbeiderskringen gedeeld, getuige de verontwaardiging, waarmede in bladen, die in deze kringen hunne lezers vinden, melding pleegt te worden gemaakt van gevallen, waarin aan arbeiders met langen diensttijd op korten termijn door den werkgever de dienstbetrekking is opgezegd. Maar, hoe goed ook bedoeld, eene regeling als hier is voorgesteld, zou in de practijk slecht werken zij zou een geneesmiddel blijken te zijn erger dan de kwaal, waarvoor genezing wordt gezocht. Allereerst wees men er op, dat een termijn van opzegging van zes maanden als maximum in elk geval te lang moet worden geacht en den arbeider, dien de wetgever juist wil helpen, niet alleen niet zal kunnen baten, maar zelfs zal schaden. Vooral in de groot-industrie, maar ook elders zal het den arbeider in den regel niet gelukken, een werkgever aan te treffen, die zich kan of wil verbinden over 6 of 7 maanden hem in dienst te nemen. Zoo zal hij dus op goed geluk af en zonder van nieuwen arbeid zeker te zijn, zijn dienstbetrekking hebben op te zeggen en zal hij in zooverre achter staan bij den arbeider met korten opzeggingstermijn, die, alvorens tot opzegging over te gaan, zich zal kunnen vergewissen, of hij bij een ander werkgever werk zal kunnen vinden. Ook zal de arbeider, die een groot aantal jaren in eene onderneming werkzaam is, weinig kans hebben, dat hem door een anderen werkgever het aanbod zal worden gedaan, tegen hooger loon in diens onderneming over te gaan, omdat hij zoo hij althans niet tot eigenmachtige verbreking zijn toevlucht wil nemen eerst na verloop van een langen termijn uit zijn dienstbetrekking zal worden heeft
;
;
—
—
ontslagen.
Verder scheen de thans voorgedragen maximum-termijn ook onafgebroken dienstbetrekking gevallen kunnen voordoen, dat vrij plotseling zich een zoodanig verschil in temperament tusschen werkgever en arbeider vertoont, of er in hunne daden of gedragingen zoo groote verandering komt, dat eene grondige reden om de dienstbetrekking te verbreken nog wel niet aanwezig kan worden geacht, maar eene samenwerking gedurende zes maanden voor beide partijen in zooverre te lang, als zich zelfs bij langdurige
toch hoogst moeilijk zal zijn. Maar het hoofdbezwaar tegen de voorgedragen regeling achtte dit woord opmen daarin gelegen, dat zij eene werkstaking gevat in den zin van gemeenschappelijke beëindiging van de dienstbetrekking, met inachtneming van den opzeggingstermijn zooal niet onmogelijk zal maken, dan toch in hooge mate zal belemmeren. Deze regeling toch, met hare verlenging van den opzeggingstermijn naarmate van den duur der dienstbetrekking,
—
:
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's