Sociale hervormingen - pagina 406
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
462
betrekking opzeggen, en hun kan wederkeerig door den curator de dienstbetrekking opgezegd worden, met inachtneming van de
overeengekomen of wettelijke termijnen, met dien verstande echter dat in elk geval de dienstbetrekking kan worden geëindigd door opzegging met een termijn van zes weken. Van den dag der faillietverklaring af is het loon boedelschuld." Artikel
233,
5".
van genoemde wet wordt gelezen
als volgt:
„van het loon van arbeiders van het bedrag der verhooging van dat loon ingevolge artikel 1638 q van het Burgerlijk Wetboek; van het bedrag der uitgaven door den arbeider voor den werkgever gedaan; en van het bedrag der schadevergoeding, door den werkgever aan den arbeider wegens onrechtmatige verbreking der dienstbetrekking verschuldigd;". ;
Overgangsbepalingen.
Artikel I. De arbeidsovereenkomsten, van kracht bij het in werking treden van deze wet, alsmede de uit de arbeidsovereenkomst over en weder voortvloeiende rechten en verplichtingen, worden, met uitzondering van den tijd, waarvoor de arbeidsovereenkomst is aangegaan, beoordeeld naar de bij deze wet vastgestelde bepalingen.
Minderjarigen, alsdan werkzaam krachtens eene door hunnen wettelijken vertegenwoordiger te hunnen behoeve gesloten arbeids-
overeenkomst worden geacht zelven de arbeidsovereenkomst ingevolge eene door den wettelijken vertegenwoordiger verleende machtiging te hebben aangegaan; bepalingen, daarbij door den wettelijken vertegenwoordiger gemaakt, worden beschouwd als voorwaarden, waaronder de machtiging is verleend. Indien minderjarigen op gemeld tijdstip als arbeiders werkzaam zijn, zonder dat hun wettelijke vertegenwoordiger eene arbeidsovereenkomst te hunnen behoeve gesloten heeft wordt de termijn, genoemd in artikel 1637/2, geacht op voormeld tijdstip aan te vangen. Artikel II. Totdat bij de wet nader in deze zal zijn voorzien, de bepalingen van den Zevenden Titel van het Derde
A
zullen
Boek van het Burgerlijk Wetboek
van toepassing zijn ten aanzien van personen in dienstbetrekking bij ondernemers van een spoorwegdienst, gelijk bedoeld bij de wet van den oden April 1875, tot regeling van den dienst en het gebruik der spoorwegen {Staatsblad n. 67), opzichtens die onderwerpen, welke te hunnen aanzien geregeld zijn bij een reglement als bedoeld in artikel 3 bis van het Algemeen Reglement voor den dienst op de spoorwegen, vastgesteld bij Koninklijk besluit van 27 October 1875 {Staatsblad n. 183), zooals dit laatstelijk is gewij1
1
niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's