Sociale hervormingen - pagina 379
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
367
loodgehalte bij algemeenen wettelijken maatregel vast te stellen, aangezien bij gedeelten van dezelfde stof het loodgehalte kan afwisselen tusschen Vio pct. en lo pet. Verscheidene andere leden, die in dit technische vraagstuk geen oordeel konden uitspreken, meenden nochtans de opmerking niet achterwege te moeten houden, dat schadevergoeding aan een arbeider, die de schadelijke gevolgen van het gif heeft ondervonden, hun een weinig doeltreffend middel toescheen om loodvergiftiging te voorkomen en op dit laatste moet toch des wetgevers streven gericht zijn. Bovendien zou eene regeling als die waarop gedoeld werd, aanleiding geven tot tal van moeilijkheden met betrekking tot het bepalen van het bedrag der schadevergoeding. ;
Vele leden hadden met groote teleurstelling van den kennis genomen. Zij waren reeds teleurgesteld, toen zij in het voor-ontwerp hadden gezien, dat het 's Ministers bedoeling was de tegenwoordige leeftijdsgrens van 1 2 jaren slechts een jaar te verschuiven en die op jaren te brengen aan hunne verwachting, dat hier te lande, 1 3 evenals in sommige Zwitsersche kantons het geval is, de arbeid van kinderen beneden 14 jaar zou verboden worden, was daarmede de bodem ingeslagen. Dat nu ook die geringe verbetering uit het ontwerp verdwenen is en de Minister „na herhaalde overweging" tot de overtuiging is gekomen, dat het niet wenschelijk is het voorschrift van art. 3 der thans bestaande Arbeidswet in den aangegeven zin uit te breiden, werd door hen ten zeerste betreurd. Zij bleven van meening, dat het arbeidsverbod tot het voltooide veertiende levensjaar moet worden uitgestrekt, en drongen er op aan, dat althans de 13-jarige leeftijd uit het voor- ontwerp weder Art. 63.
inhoud van
dit artikel
;
het artikel worde opgenomen. Dat hiertegen geen bezwaar kan bestaan, blijkt, meenden zij, reeds genoegzaam uit het feit, dat ook de Duitsche Gewerbeordnung den arbeid van kinderen beneden den leeftijd van 13 jaren in
en een aantal andere inrichtingen verbiedt en dat verbod bij de wet van 30 Maart 1903 „betreffend Kinderarbeit gewerblichen Betrieben" nog belangrijk is verscherpt en zelfs fabrieken
in dit
in
tot
werkzaamheden
in
het ouderlijk huis
is
uitgebreid.
Wat
in
Duitschland mogelijk blijkt te zijn, kan niet geacht worden hier en te lande onoverkomelijke hinderpalen te zullen ontmoeten mochten die zich al in eenig vak onverhoopt voordoen, dan meende men er aan te mogen herinneren, dat reeds in het eindverslag aangaande de werkzaamheden der Enquête-commissie van 1890— 'g2 het arbeidsverbod tot het voltooide dertiende jaar werd aanbevolen, mits ontheffing voor enkele vakken werd ;
verleend. in de Memorie van Toelichting wordt aangevoerd verdediging van het gewijzigde standpunt des Ministers kwam
Hetgeen ter
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's