Sociale hervormingen - pagina 392
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
38o het geval
Met leedwezen hadden
zij ook gezien, dat men door oefenen in een vóór i Januari 1897 in werking gebrachte fabriek aan minder strenge eischen zal behoeven te voldoen dan in andere fabrieken. Voor hen die reeds vóór de samenstelling van het wetsontwerp, zoodanige fabriek dreven, moge deze maatregel uit een billijkheidsoogpunt te verdedigen zijn, men achtte het verkeerd, dat ook anderen, door eene oude fabriek te koopen, aan de strenge bepalingen der wet zullen kunnen ontkomen. Eene bedenking, welke bij vele leden zwaar woog, betrof de hooge eischen welke ingevolge de bepalingen van dit hoofdstuk aan tal van woningen zullen worden gesteld. Men moest wel aannemen, dat de Regeering zich bij het ontwerpen van die bepalingen niet altijd genoegzaam de ruime beteekenis heeft voor oogen gesteld, welke door het wetsvoorstel aan het woord „werkplaats" wordt toegekend. Onder dat begrip zullen niet alleen vallen de locaHteiten welke naar het gewone spraakgebruik als werkplaats worden aangeduid, maar ook de kleinste pothuizen en woningen, waar arbeid wordt verricht om aan den kost te komen. Wanneer men bedenkt, dat b.v. in Friesland de armste klasse der bevolking, wonende in krotten met welker onteigening slechts enkele tientallen guldens gemoeid zijn, vrij algemeen tracht door huisarbeid, bestaande in vlechtwerk als anderzins, eene kleine bijverdienste te verwerven, is het dan niet overdreven, zoo werd gevraagd, aan dergelijke verblijven eischen te stellen als die, welke b.v. in de artikelen 88, 89, 91 en 94 worden omschreven? Het spreekt, meende men wel bijkans vanzelf, dat de Overheid er niet aan zal denken die onredelijke eischen in alle gestrengheid door te voeren, maar dan kan het stellen daarvan en dit werd juist het bedenkelijke geacht ook alleen strekken om den eerbied voor de wet in ernstige mate te ondermijnen. Men vertrouwde, dat de Regeering daartoe niet zal willen medewerken en alsnog door wijziging van het ontwerp aan dit ernstig bezwaar zal trachten tegemoet te komen. is.
zijn bedrijf uit te
—
—
74. Door zeer vele leden werd betreurd, dat de bepalinter beveiliging bij den arbeid in fabrieken en werkplaatsen
Art.
gen niet
van toepassing zullen
zijn op bouwwerken. Juist in de bouwde \eiligheid veel te wenschen over te laten bij steigerwerken wordt maar al te vaak verzuimd de noodige voorzorgen in acht te nemen. Hoe veelvuldig
bedrijven ;
toch pleegt in het bijzonder
ongelukken daarbij voorkomen, blijkt duidelijk, wanneer men let op de tarieven der verzekeringsmaatschappijen. Daartegen werd de opmerking gemaakt, dat wat men hier aanvoerde niet in geschil komt. "Blijkens de Memorie van Toelichting toch is de reden, waarom de Regeering de bouwwerken wenscht uit te sluiten, allerminst gelegen in de meening als zou-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's