Sociale hervormingen - pagina 67
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I.
57
leverde bezwaar op, iemand te noodzaken zich een „ Annehmlichkeit" te verschaffen, (i) Ondergeteekenden erkennen, dat er in beginsel geen grond bestaat om den arbeider te verplichten zich niet alleen in geval van invaliditeit, maar ook bij het bereiken van een bepaalden leeftijd een rente te verzekeren. Door verplichte verzekering van een rente in te voeren alleen in geval van invaliditeit zou echter met de duidelijk uitgesproken begeerte van den kring der belang-
hebbenden geen rekening worden gehouden.
„Bij
de werklieden
het verlangen levendig naar eene verzekering tegen den ouden dag, zonder dat zij kans zien zelf hierin behoorlijk te voorzien. Bij al hun wenschen treedt dit verlangen steeds het meest op den voorgrond", zegt de Staatscommissie in haar verslag. (2) Iets verder: „In de bijeenkomsten der werklieden is enkel gevraagd dat de Staat de aangelegenheid van de ouderdomspensioenen der werklieden onderzoeke en regele". (3) „Hier te lande is toch in de kringen der werklieden in hoofdzaak het (is)
sedert
jaren
verlangen uitgesproken naar verzekering tegen den ouden dag". (4) aan dat verlangen tegemoet te komen wordt met de verplichte verzekering tegen geldelijke gevolgen van invaliditeit gecombineerd de ouderdomsverzekering. De laatste kan niet facultatief zijn. Een verzekering, verplicht voor zooveel betreft invaliditeit, facultatief voor zooveel betreft ouderdom, zou practisch onoverkomelijke moeilijkheden opleveren en het doel zou niet bereikt worden, vermits de groote massa der werklieden, hoew^el overtuigd van de wenschelijkheid van ouderdomsverzekering, niet, althans niet eenigszins geregeld de premie daarvoor zou betalen. Behoort de invaliditeitsrente hooger te zijn dan de ouderdoms-
Om
rente
?
is dit het geval (5). De ouderdomsrente is daar de „Ausgleichung für die im höheren Alter eintretende Minderung der Ervverbsfahigkeit" (6) en, hoewel er ook in Duitschland velen zijn, die aan een gelijke rente de voorkeur zouden geven,
In Duitschland
kan het zeker niet irrationeel genoemd worden,' dat hij, die hoewel oud nog in staat is door arbeid in zijn onderhoud te voorzien, niet een even hooge rente krijgt als hij, die daartoe niet meer in staat
is.
Twee redenen
pleiten
ouderdomsrente lager
is
echter
dan de
tegen
een regeling, waarin de
invaliditeitsrente.
Dr. R. BossE en E. yon Woedtke „Das Reichsgesetz betreffend die Invaliund Altersversicherung vom 22 Juni 1889", 3de uitgave. § 9. Aant. i, bladz. 218. (2) Verslag Staatse, bladz. 28.
(i)
ditats-
(3) Ibid. (4) Ibid.,
(5) §
gesetz
bladz.
29.
26 van de wet van 1889 en §§ 35, 36 en 37 van het Invalidenversicherungsvan 13 Juli 1899, zooals de paragrafen genummerd zijn in de bekendmaking
van 19 Juli 1899. (6) Amtliche Nachrichten des Reichsversicherungsamts,
i
Mai 1902,
bladz. 385.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's