Sociale hervormingen - pagina 72
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
334 bedrijf onder de verzekeringsplichtige bedrijven der Ongevallen-
wet 1901 rijzen verschillende bezwaren. De aard der zeevisscherij, speciaal der groot visscherij, wijkt te zeer af van dien der bedrijven, genoemd in de bestaande Ongevallenwet, dan dat deze ongewijzigd zoude kunnen worden toegepast op de zeevisscherij. Het zeevisschersbedrij f wordt op vaartuigen in volle zee uitgeoefend, zoodat hiermede rekening is te houden bij de aangifte en het onderzoek der ongevallen. Het zal niet altijd mogelijk en noodig zijn onmiddellijk na het ongeval geneeskundige hulp in te roepen; niet mogelijk, omdat het vaartuig te ver verwijderd is van de kust, niet noodig, omdat het ongeval van dien aard kan zijn bijv. verdrinken in volle zee, dat geneeskundige hulp overbodig is. Hiervoor dienen bijzondere regelen gesteld te worden, welke behooren af te wijken van de bepalingen der Ongevallenwet 1901, waar wordt voorgeschreven, dat onmiddellijk na het ongeval geneeskundige hulp moet worden ingeroepen en uiterlijk binnen 2 maal 24 uren aangifte van het gebeurde moet geschieden. Elk vaartuig in de Noordzee zou anders verplicht zijn na een ongeval, hoe gering ook, het bedrijf te staken en onmiddellijk de naastb ij gelegen haven op te zoeken. Ook de regeling der loonen van de werklieden in het zeevisschersbedrij f, waarover in § 2 werd gehandeld, verzet zich tegen het inslaan van den onder i aangegeven weg. Ten aanzien van de verzekerden volgens de bepalingen der Ongevallenwet igoi geldt als regel, dat de schadeloosstelling en de premie berekend worden naar het werkelijke loon van den verzekerde. Op welke wijze dat werkelijke loon wordt vastgesteld geven de artikelen 5, 6, 7, en 8 dier wet aan. Alleen voor de onder die wet vallende seizoenbedrij ven (art. 7, sub III, der wet, jto het Koninklijk Besluit van 5 December 1902 {Staatsblad n". 207) en het Koninklijk Besluit van 2 Februari 1903, {Staatsblad n". 63) is bepaald, dat een vast bedrag zal worden vastgesteld, dat de verzekerde in die bedrijven geacht zal worden per dag te verdienen. Regel is dus dat als basis de werkelijke verdienste zal gelden. Deze regel zou gevaarlijk zijn toe te passen op een groot aantal werklieden in het zeevisschersbedrij f. Immers, zooals boven gezegd, geldt als regel voor de grootvisscherij, dat het loon wordt genoten in den vorm van een evenredig deel der besomming van het vaartuig. In de landbedrijven ontvangt de verzekerde werkman gewoonlijk een geregelde wekelijksche of maandelijksche uitkeering. Bij de zeevisscherij is de verdienste afhankelijk niet alleen van de minder of meer overvloedige vangst maar ook van de waarde van de gevangen visch. Bij gunstige vangst en goede prijzen ontvangt de visscher dus een hooger loon dan bij geringe vangst en lage marktprijzen. Het eene jaar kan en zal zijn verdienste grooter zijn dan het andere. Nam men bij de vaststelling der schadeloosstelling het werkelijk loon van dien visscher als grondslag aan, dan zou het dikwijls gebeuren,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's