Sociale hervormingen - pagina 204
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I.
194
De
opdracht aan den werkgever
om
voor den
werkman
in
dienst de premie aan de Bank te voldoen, houdt verband met de verphchting' van den werkgever om de helft in de premie te dragen, In de gevallen, waarin de werkgever tot het laatste niet verplicht mag worden, behoort hij dus ook niet belast te zijn
worden met de voldoening der premie aan de Bank (i). Voor den werkman, die bevoegd is de verklaring bedoeld in het tweede lid van art. i of van art. 6 af te leggen, betaalt de werkgever dus de premie niet. Er is bovendien een andere reden, die belet den werkgever in dat geval te belasten met de betaling der premie. De ondernemer die een persoon in zijn dienst neemt tegen een loon van 2000 gulden per jaar, zal in de meeste gevallen niet weten of tweede lid van door het Rijk of, in het geval voorzien bij het eerste lid van art. 7, door een gemeente pensioen is verzekerd, is niet verzekeringsplichtig; het Rijk of de gemeente kan niet, bij het in dienst nemen van werklieden onderzoeken of deze vroeger verzekerd waren en, zoo ja, of zij al dan niet de verklaring bedoeld in het tweede lid van art. 6 hebben afgelegd. De werkgever, die de premie voor den werkman niet voldoet in de gevallen waarin hij daartoe verplicht is, behoort strafbaar te zijn; daar staat echter tegenover, dat de verplichting hem niet behoort te worden opgelegd, indien hij niet weet of de persoon in zijn dienst al dan niet verzekeringsplichtig is. Het zou wellicht mogelijk zijn bepalingen te maken, die het onderzoek omtrent den verzekeringsplicht van den werkman voor den werkgever vergemakkelijken zouden, maar de taak aan den werkgever door de wet opgelegd zou moeilijker worden en er zouden gevallen zijn, waarin een behoorlijke regeling niet wel mogelijk zou zijn. Het ligt in de bedoeling in de regeling, bedoeld in litt. b van art. 138, te bepalen, dat de werkman, die vTeemdeling en geen Rijksingezetene is, niet verzekeringsplichtig is, indien de onderneming, in welker dienst hij werkzaam is, niet in Nederland gevestigd is; het tweede lid van art. 6 zal van toepassing verklaard worden. De vreemde ondernemer hier tijdelijk werkzaam, kan bij het in dienst nemen van dergelijke werklieden moeilijk onderzoeken of zij wellicht vroeger in een hier te lande gevestigde onderneming werkzaam geweest en krachtens het tweede lid van art. 6 verzekeringsplichtig gebleven zijn. Het onderzoek zou trouwens niet afgeloopen zijn vóór de betaling van het loon, terwijl de premie althans in dat geval uiterlijk bij de betaling van het loon zal behooren te worden voldaan. Moest de werkgever in soortgelijke gevallen de premie voor den werkman betalen, dan zou het gevolg zijn óf dat de wet die persoon verzekeringsplichtig is krachtens het
art.
(i)
I.
De werkman, aan wien
Zie §§ 8 en 9 van de
Algemeene beschouwingen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's