Sociale hervormingen - pagina 354
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
342
Als een voorbeeld van regeling wezen de hier aan het woord Bondswet van 15 December 1Q02 (Bundesblatt 1903, n^ 1). Bij deze wet wordt de werkdag voor het personeel bij de spoorweg- en stoombootondernemingen, de posterijen, den telegraaf- en telephoondienst en de overige middelen van verkeer welke ingevolge eene concessie of rechtstreeks door den Bond worden geëxploiteerd, bepaald op elf uren, behoudens de bevoegdheid van den Bondsraad om in bijzondere omstandigheden een korteren duur voor te schrijven ten minste één uur rust tusschentijds wordt een ieder verzekerd de onafgebroken rusttijd is niet voor het geheele personeel gelijk, doch bedraagt ten minste 8 uren. Nachtarbeid (van 1 1 uur des avonds tot 4 uur in den morgen) van vrouwen is alleen toegelaten bij. den telegraaf- en telephoondienst, bij den nachtdienst voor schoonmaaksters en dergelijke arbeidsters; behalve aan de eigenlijke nachtwakers zal aan niemand meer dan veertien maal per maand nachtdienst mogen worden opgelegd. ledere beambte heeft voortsaanspraak op 5-2 rustdagen per jaar, waarvan er ten minste 17 op Zondag moeten vallen elke rustdag moet ten minste een etmaal duren, met een nachtrust eindigen en in de woonplaats kunnen worden doorgebracht; van de 52 rustdagen moeten er ten minste 8 beschikbaar worden gesteld voor doorloopend verlof; na een zekeren diensttijd gelden nog gunstigere bepalingen. Voorts worden voorschriften gegeven betreffende de inrichting en verwarming der lokalen, waar het personeel, voor zoover het de rusttijden niet tehuis kan doorbrengen, in dien tijd verblijft. Goederenvervoer op Zondagen, den Nieuv\jaarsdag, Goeden Vrijdag, Hemelvaartsdag en Kerstmis is, behalve zooveel het ijlgoed betreft, verboden bovendien staat het aan de wetgevende macht der afzonderlijke kantons vrij, jaarlijks nog vier andere feestdagen aan te wijzen waarop geene aanneming of bestelling van gewone vrachtgoederen mag plaats hebben. zijnde leden op de Zwitsersche
;
;
;
;
HOOFDSTUK Van
in
II.
de leer zijnde personen.
Gelijk reeds aan het slot van § i der algemeene beschouwingen werd vermeld, waren er vele leden, die den wensch uitspra-
ken,
dat
het
hoofdstuk betreffende het leerlingwezen
uit
liet
ontwerp worde gelicht. De overwegingen van hen, die dezen wensch uitten, onafhan« keiijk van hun oordeel omtrent den inhoud der voorgedragen bepalingen, maar uitsluitend op grond van het niet passen daarvan in het kader van het wetsontwerp, werden daar ter plaatse mede reeds uiteengezet, evenals ook de redenen welke andere leden er toe leidden tegen dien wensch hunne stem op te heffen. De bedenkingen tegen de in het ontwerp opgenomen regeling-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's