Sociale hervormingen - pagina 136
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
398 de werkgever, bedoeld in artikel i onder b, zelf verzeen dus in dit opzicht geheel gelijk staat met een werkman, zoo dient hij als werkman en niet als werkgever zitting te nemen in den raad van beroep. „Zooveel mogelijk" in het tweede lid slaat op de omstandigheid dat het niet altijd mogelijk zal zijn den raad van beroep uit werkgevers en werklieden in den zin van dit ontwerp samen te stellen. Dit zal b.v. het geval zijn met een raad van beroep binnen welks ressort nagenoeg geene visschers wonen; dit zal ook het geval zijn indien de visschers afwezig of verhinderd zijn zitting te nemen. In dit geval moet de mogelijkheid worden opengelaten, dat de raad van beroep op de gewone wijze d. i. uit de werkgevers en werklieden in den zin der Ongevallenwet 1901 wordt samengesteld. Ook de oud-werklieden kunnen zitting nemen in den raad. Dit is toegelaten met het oog op de omstandigheid, dat vele visschers wegens den aard van het bedrijf vaak uit hunne woonplaats afwezig zijn en het toch altijd nog beter is dat oud-werkHeden in den raad van beroep zitting hebben, dan personen, die volkomen vreemd zijn aan het zeevisschersbedrijf.
Daar
kerd
is
Artikel 123. Uit het register, bedoeld in artikel 18, blijkt welk dagloon de verzekerde, bedoeld in dat artikel, heeft. Daar de schadeloosstellingen en de premie naar dit ingeschreven dagloon worden vastgesteld, moeten dus de belanghebbenden het recht hebben ten aanzien van die inschrijving in het register een beroep te kunnen doen op een onpartijdig college. Artikel 124. De zeevisscher, ten aanzien van wien ingevolge het bepaalde bij artikel 44, eene afrekening op het einde van het seizoen plaats vindt, alsmede zijne erfgenamen en zijn werkgever hebben het recht in beroep te komen indien zij bezwaar hebben tegen de door het bestuur der Bank genomen beslissing aangaande de loonsbedragen, bedoeld in artikel 42. Voor eene nadere uiteenzetting van dit beginsel zij verwezen naar de toelichting
op
artikel
128.
Het recht van beroep
is
toegekend aan den werkgever van
dienst zijnde zeevisschers, omdat hij verplicht kan worden tot betaling van hetgeen de getroffene aan de Bank verschuldigd mocht zijn, terwijl hij tevens behulpzaam is bij het vaststellen van het bedrag, dat de getroffene van de Bank zal ontvangen of daaraan moet terugbetalen, doordat de werkgever opgave doet van het loon, dat door den getroffene in zijne onderneming is verdiend of zou verdiend zijn, en dat als grondslag voor de
de
in
zijnen
afrekening wordt genomen.
Artikel 126. Onder belanghebbende is te verstaan hij, die krachart. 124 in beroep kan komen. Indien een verzekerde te
tens
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's