Sociale hervormingen - pagina 146
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
202
en literatuur. Naar zij meenden, behoorde de Regeering te bedenken, dat de leden der Kamer veelal met werkzaamheden zijn overladen en daarom niet den tijd hebben zoo uitgebreide verhandelingen te bestudeeren, die eerst na veel studie een inzicht gunnen in de behandelde stof. Ook moest zij niet voorbijzien, dat eene Memorie van Toelichting, bestemd voor eene politieke vergadering, niet moet zijn een geleerde of wetenschappelijke verhandeling, maar een voor allen, die over de voordracht hebben te oordeelen, duidelijk, beknopt overzicht van de gronden, waarop het voorstel rust. Aan hen, die van het onderwerp eene nadere studie willen en door hunne wetenschappelijke opleiding ook, kunnen maken, zouden dan, in eene bijlage of op andere wijze, de noodige gegevens en literatuur kunnen worden verstrekt. Als voorbeeld van een overzicht, zooals hun wenschelijk scheen, werd door deze leden gewezen op het „Denkschrift" bij de behandeling van het ontwerp van het Duitsche Burgerlijk Wetboek aan den Rijksdag overgelegd. Vrij algemeen echter kon men zich met dit gevoelen niet vereenigen en prees men de Memorie van Toelichting als een stuk, dat zich om zijne heldere en gedocumenteerde uiteenzetting gunstig onderscheidt van de soms te sobere en dan weer te troebele toelichtingen bij wetsontwerpen, waarmede de Kamer zich wel eens heeft moeten behelpen. De grief, dat dit stuk slechts na veel studie een inzicht in de te regelen rechtsstof zou vergunnen en slechts binnen de bevatting zou liggen van hen, die eene wetenschappelijke opleiding hebben genoten, achtte men ongegrond. De Memorie van Toelichting, helder gesteld en logisch ingedeeld als zij is, heeft juist de verdienste, dat zij aan ieder een gemakkelijk overzicht biedt van een toch hoofdzakelijk juridisch onderwerp en tevens voor hen, die dit onderwerp meer grondig willen bestudeeren, de bronnen daartoe aanwijst. Ontkend kan niet worden, dat de Memorie uitgebreid is, maar, waar het te regelen onderwerp is van grooten omvang, is zulks ook alleszins natuurlijk.
Niet met alle overwegingen, die volgens de Memorie van § 4. Toelichting bij de regeling der arbeidsovereenkomst in aanmerking komen, konden sommige leden zich vereenigen. In het bijzonder achtten zij het betoog in § 2 dier Memorie omtrent de bijzondere eigenschappen van de arbeidskracht als ruilwaar, waardoor de stelling der arbeiders, vergeleken bij die der werkgevers, ongunstig zou zijn, van overdrijving niet vrij te pleiten. Er wordt daar beweerd, op het voetspoor van hetgeen door buitenlandsche en ook door Nederlandsche schrijvers is aangevoerd, dat iedere andere waar dan de arbeid voor korteren of langeren tijd in voorraad kan worden gehouden, zonder dat zij aan quantiteit of qualiteit verliest, maar de arbeid geen oogenblik onaangewend
kan
blijven zonder te gelijk gedeeltelijk te zijn verspild
;
daaruit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's