Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Sociale hervormingen - pagina 224

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sociale hervormingen - pagina 224

voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I.

3 minuten leestijd

214 rechter daaromtrent geen beslissing mogen geven, indien de beslissing aan de Bank was opgedragen. Niet alleen zouden moeilijkheden en verwikkelingen daaruit kunnen voortvloeien, maar de werkman, die een zeker bedrag wegens loon van zijn werkgever te vorderen had, zou genoodzaakt kunnen zijn twee vorderingen in te stellen voor het deel, door den werkgever in strijd met art, 8i van het loon afgehouden, bij de Bank; voor het overblijvende deel, bij den burgerlijken rechter. Het verdient dus de voorkeur den burgerlijken rechter te doen kennis nemen van de vordering van den werkman. Of de werkman in het strafgeding tegen den werkgever wegens overtreding van art. 8 1 (artt. 8 en 119) beleedigde partij is in den zin van het Wetboek van Strafvordering, wordt in het midden ook indien dit niet het geval is, kan hij zich voor het gelaten in strijd met art. 81 van zijn loon afgehouden bedrag krachtens het tweede lid van art. 87 als zoodanig in het geding voegen, met inachtneming van de voorschriften van het Wetboek van Strafvordering. De werkman zal daaraan de voorkeur geven boven het instellen van een vordering bij den burgerlijken rechter. Heeft hij, die krachtens aanwijzing van den werkgever als werkgever geldt, in strijd met art. 81 een deel der premie van zie art. 94 het loon van den werkman afgehouden, dan wordt en vlg. en art. 115 hij en, behoudens het bij art. 128 bepaalde, niet ook de werkgever gestraft, maar de laatste wordt veroordeeld om aan den werkman, die zich in het geding heeft gevoegd, de schade te vergoeden. De werkgever wordt wel is waar niet persoonlijk gehoord, maar dit levert geen bezwaar op, omdat niet hij, maar de ingevolge art. 97 door hem aangewezen persoon, die voor den rechter verschijnt, met de toedracht der zaak bekend is. Is de werkgever bijv. een naamlooze vennootschap, dan is een strafvervolging tegen den werkgever zelf onbestaanbaar. De leden van het bestuur worden als werkgevers beschouwd en zijn dus strafbaar, maar de vennootschap wordt veroordeeld tot betaling van het aan den werkman verschuldigde. De behartiging der belangen van den werkman, die zich in het geding over de strafzaak voegt, zal in vele gevallen beter aan de Bank dan aan den werkman zelf toevertrouwd zijn. De werkman zal dus op zijn verzoek door de Bank vertegenwoordigd worden. Kosten brengt dit voor de Bank niet mede moeten er uitgaven gedaan worden, dan zal de Bank die zelfs niet mogen voorschieten. Acht de Bank termen aanwezig om tegen den werkgever rechtsmiddelen aan te wenden, dan zal zij art 85 lijke

:

1

1

;

;

toepassen. Art. 88.

van 1899. Renten zullen

Vgl. tot

slechts

art.

een

73

Ongevallenwet

bedrag van

1901

en

§

55 der wet

meer dan 260 gulden

'sjaars

zelden krachtens deze wet verleend worden, en.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

Sociale hervormingen - pagina 224

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's