Sociale hervormingen - pagina 98
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
Deze regeling zal er ongetwijfeld toe bijdragen te verhinderen, dat de werkgever zonder goede gronden de arbeidsvoorwaarden wijzigt: wetende, dat hij de kans beloopt door zijne verandering van het reglement zijne arbeiders te verliezen, zal hij ook niet licht
tot
deze verandering overgaan zonder in verstandhouding
met hen te treden, zonder hun gevoelen daaromtrent te vernemen en hunne mogelijke bezwaren tegen de voorgenomen wijziging den weg
ruimen af althans aandachtig te overwegen. Van verwacht de ondergeteekende eene opvoedende kracht, welke in de ondernemingen, waar reglementen gebruikelijk zijn, aan de goede verhouding tusschen werkgever en personeel zal ten goede komen. uit
deze
te
bepaling
Tweede lid. Ware het raadzaam te bepalen, dat de wijziging van een bestaand, of de invoering van een nieuw reglement, eerst na geruimen tijd in werking mag treden, de wetgever zoude met de bepaling van het eerste lid kunnen volstaan. De termijn zoude dan aldus gesteld kunnen worden, dat iedere redelijke opzeggingstermijn daarin zoude zijn vervat. Daar het echter niet raadzaam is voorgekomen zonder goede gronden de vrijheid van ondernemers in dit opzicht aan banden te leggen, moest naar een middel worden omgezien om voor de belangen der niet-meegaande arbeiders te wijzigingen spoedig in werking
waken
in het geval dat de moeten treden. Dit middel, waardoor de arbeider, die binnen den tijd van den opzeggingstermijn den dienst moet verlaten, dezelfde schadeloosstelling erlangt als waarop hij recht zoude hebben, indien de werkgever hem zonder gegronde, vooraf medegedeelde redenen, ontsloeg, schijnt den ondergeteekende tevens eene aanleiding voor den werkgever om slechts in gevallen van ernstig aanbelang de inwerkingtreding van wijzigingen op een korten termijn te
bepalen.
Art. 1637^. Boeten. Sommigen zouden de boeten bij de wet geheel willen verbieden. Zoo ver te gaan schijnt niet wenschelijk. Wel is in de Enquête gebleken, dat de aanwending van boeten in vele bedrijven vermindert, en hebben verscheidene werkgevers medegedeeld, dat zij zich zonder boetestelsel zeer goed weten te redden. Doch daartegenover staat, dat tal van ondernemers hebben verklaard prijs te stellen op behoud van de mogelijkheid, boeten toe te passen of althans daarmede te dreigen. Men acht de boete het meest geschikte middel tot handhaving der noodzakelijke orde, tot verzekering van de nakoming van hygiënische en andere voorschriften, vaak ten behoeve van de arbeiders gegeven, tot waarschuwing van den arbeider tegen handelingen, die den werkgever aanzienlijke schaden zouden berokkenen, terwijl deze toch vergoeding te dier zake niet zou willen vragen of wegens het hooge bedrag niet zou kunnen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's