Sociale hervormingen - pagina 111
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
373
Ook deze uitkeering wordt bij de eindrekening in rekening gebracht. Hij ontvangt haar zoolang hij ongeschikt bHjft om den arbeid te verrichten waarmede hij vóór het ongeval gewoonlijk in zijn levensonderhoud voorzag, doch in elk geval tot het einde der zeereis, die hij ten gevolge van het ongeval niet kon meemaken (art. 38, onder a). In geen geval ontvangt hij eene tijdelijke uitkeering na afloop van het seizoen (art. 39). Wordt hem eerder eene rente of eene voorloopige rente toegekend, dan houdt de tijdelijke uitkeering eveneens op (art. 38, onder b). Hij ontvangt de uitkeering over de dagen waarop hij ongeschikt is tot werken, te rekenen van den dag waarop het vaartuig naar zee vertrekt. Dat de uitkeering ingaat op den dag, waarop de verzekerde, ware hij niet door het ongeval getroffen, naar zee had kunnen gaan, is billijk. Immers eerst dan begint hij loon te derven en voor deze loonderving moet hij worden schadeloosgesteld. De vraag of de verzekerde kan uitvaren op den dag, waarop hij in het seizoen, waarin het ongeval voorvalt, zou zijn uitgegaan, ware hij niet door het ongeval getroffen, is in deze het criterium tot het toekennen eener schadeloosstelling. Evenals de verzekerde, wien een ongeval overkomt buiten den tijd, dat hij deelneemt aan eene zeereis, geene schadeloosstelling ontvangt, indien hem het ongeval trof na de laatste zeereis (art. 36), zoo zal ook de verzekerde, die door een bedrijfsongeval wordt getroffen op de laatste zeereis, na afloop dier zeereis geene aanspraak op de in artikel 37 bedoelde schadeloosstelling hebben. Mocht hij op die zeereis tengevolge van het ongeval geen loon of slechts een gedeelte van zijn loon ontvangen hebben, dan wordt, hij daarvoor krachtens artikel 32 of 33 schadeloosgesteld. Dat de verzekerde in het hiergestelde geval geen aanspraak kan maken op eene uitkeering volgt uit de bewoordingen van artikel 37 het ongeval moet tengevolge hebben, dat hij ongeschikt is om te arbeiden op den dag, waarop in het seizoen, gedurende hetwelk het bedrijf wordt uitgeoefend, waarin hij werkzaam was op het tijdstip, dat hem het ongeval trof, een zeevisschersvaartuig naar zee vertrekt, waarmede hij, ware hij niet door het ongeval getroffen, vermoedelijk zou zijn uitgevaren. Aangezien het ongeval hem trof op de laatste zeereis en in dat seizoen voor dien zeevisscher geen zeevisschersvaartuig meer uitgaat, ontvangt hij dus geen tijdelijke uitkeering. :
Artikel 40 en 41. Voor hen die slechts aan een enkele zeereis deelnemen en daarna niet meer uitgaan, maar te land werkzaam blijven en in dat landbedrijf een vast wekelijksch loon verdienen, behoort de regeling van art. 37 niet te gelden. Dit laatste artikel, verondersteld het geval van een zeevisscher, die meer dan ééne zeereis meemaakt. Dat artikel toch laat de uitkeering ingaan op den dag, waarop de verzekerde weder naar zee zou zijn gegaan. De losse zeevisscher gaat echter niet weder uit. Voor hem moet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's