Sociale hervormingen - pagina 333
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
389 Artikel 1639 i. De termijn van opzegging is gelijk aan den die gewoonlijk tusschen twee opvolgende uitbetalingen van het in geld vastgesteld loon verstrijkt, doch niet langer dan zes weken. Bij schriftelijke overeenkomst of bij reglement mag van deze bepaling worden afgeweken, mits de termijn van opzegging niet langer zij dan zes maanden en voor den werkgever niet korter worde gesteld dan voor den arbeider. Is slechts voor eene der partijen eene regeling getroffen, dan geldt zij ook voor de andere is een kortere termijn voor den werkgever bepaald dan voor den arbeider, dan geldt de langste termijn ook voor den werkgever; is een langere termijn bepaald dan zes maanden, dan geldt een termijn van zes maanden. tijd,
;
Artikel 1639 des arbeiders.
j.
De De
dienstbetrekking eindigt door den dood
eindigt niet door den de overeenkomst het tegendeel voortvloeit. Echter zijn zoowel de erfgenamen des werkgevers als de arbeider bevoegd de dienstbetrekking, voor eenen bepaalden tijd aangegaan, door opzegging met inachtneming van de bepalingen der artikelen 1639 h en 1639 i te doen eindigen, als ware zij aangegaan voor onbepaalden tijd.
Artikel
1639
k.
dood des werkgevers,
dienstbetrekking
tenzij uit
Artikel 1639 ^ Indien een proeftijd is bedongen, is gedurende tijd ieder der partijen bevoegd, door opzegging de dienstbetrekking onmiddellijk te doen eindigen. Elk beding, waarbij de proeftijd niet voor beide partijen gelijk, of wel op langer dan twee maanden gesteld wordt, alsmede elk beding, waarbij tusschen dezelfde partijen een nieuwe proeftijd wordt aangegaan, is nietig. dien
Artikel 1639 m. Indien de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot eener arbeidster vermeent, dat de door haar aangegane arbeidsovereenkomst nadeeHge gevolgen zal hebben, of heeft, hetzij voor zijne vrouw zelve, hetzij voor het huisgezin, kan hij zich wenden tot den rechter van het kanton, waarin zijne woonplaats gelegen is, met het schriftelijk verzoek die arbeidsovereenkomst
ontbonden
te verklaren. rechter beschikt niet op het verzoekschrift dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de vrouw en van den werkgever. Indien de rechter het verzoek inwilligt, bepaalt hij op welk oogenblik de dienstbetrekking zal eindigen. Tegen de beschikking is geenerlei voorziening toegelaten,
De
onverminderd de bevoegdheid van den procureur-generaal bij den Hoogen Raad om zich, alleen in het belang der wet, tegen die beschikking in cassatie te voorzien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's