Sociale hervormingen - pagina 439
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
4^7
om
zaterdags na zonsondergang, wanneer de Sabbatsrust opgehouden, arbeid te verrichten, terwijl zij toch juist op den Zaterdagavond, wanneer Christenvrouwen niet zullen mogen werken, gemakkelijk iets zouden kunnen verdienen. Gevraagd werd of niet in het algemeen eene uitzondering, op het verbod voor de gehuwde vrouw om des Zaterdags na 3 uur des namiddags te werken, moest worden mogelijk gemaakt. Men dacht hier b.v. aan naaisters, die bestellingen van rouwkleederen krijgen, welke geen uitstel gedoogen. Sommige leden zouden gaarne zien, dat de redenen, welke er toe geleid hebben voor sommige bedrijven de mogelijkheid open te laten den arbeid te 5 uur des voormiddags te doen aanvangen, voor elk dier bedrijven eenigszins nader werden toegelicht. In de Memorie van Toelichting wordt daar, meenden zij, wel eenigszins vluchtig overheen geloopen.
des
heeft
Art. 274. Men merkte op, dat, waar in dit wordt van „het vorige artikel", klaarblijkelijk art.
272
is
artikel
gesproken
niet art. 273
maar
bedoeld.
ArL 275. Bloemenbindery. Verscheidene leden betreurden deze bepaling. De bloemruikers welke na 7 uur des namiddags worden besteld om nog denzelfden avond gereed te zijn, zullen, meenden deze leden, in den regel wel bestemd zijn voor vrouwen van tooneel of ballet, en hoewel men deze dames eene bloemenhulde niet misgunde, scheen het toch niet gerechtvaardigd, dat daarvoor andere vrouwen langer aan den arbeid worden gehouden dan volgens de algemeene bepalingen der wet geoorloofd zal zijn. Andere leden meenden, dat, hoewel de Memorie van Toelichting daarvan niet spreekt, de avondarbeid in de bloemenbinderijen ook noodig kan zijn met het oog op bloemstukken welke des morgens vroeg moeten worden verzonden. Art. 276. Botvisscheri]'. Het had verscheidene leden bevreemd, bij de uitvoerige uiteenzetting, welke met betrekking tot dit artikel in de Memorie van Toelichting voorkomt, de mededeeling wordt gemist, op welke wijze de Enkhuizer visschers die de bot met hoekwant vangen tot dusver de bezwaren hebben weten te ondervangen waarvoor thans eene wettelijke voorziening wordt dat
voorgesteld. Die wettelijke voorziening werd overigens door een aantal leden niet noodig geoordeeld; zij keurden het af, dat ter wille van een bedrijf dat slechts in een enkele gemeente met nog geen 50 vaartuigen wordt uitgeoefend eene uitzondering wordt gemaakt op den algemeenen regel. Noodzakelijk scheen die uitzondering hun niet indien voor het overwerk b.v. 25 pet. meer loon werd uitbetaald, hetgeen niet meer dan billijk scheen, zouden er wel mannen voor dezen arbeid te vinden zijn. ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's