Sociale hervormingen - pagina 228
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
284 des werkgevers, in strijd met de goede zeden, en die op staanden voet den dienst verlaat, met het voornemen, onder wij ld door haren vader aan den werkgever te doen mededeelen, waarom zij tot verbreking der dienstbetrekking heeft meenen te moeten overgaan. Verscheidene leden gaven er hunne teleurstelling over te kennen, dat in dit artikel niet, in navolging op dit punt van het ontwerp-
Drucker,
uitdrukkelijk is neergeschreven, dat de partij, die tot eigenmachtige verbreking der dienstbetrekking, tenzij dan om grondige, aan de wederpartij vooraf medegedeelde redenen overgaat, onrechtmatig handelt. Zij waren van oordeel, dat juist door de woorden „handelt onrechtmatig" het karakter van de eigenmachtige verbreking der dienstbetrekking duidelijk wordt aangegeven, hetgeen van belang is in eene regeling als deze, welke immers moet strekken om werkgevers en arbeiders te wijzen op de uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen. Enkele leden achtten den aanhef van het artikel „Eigenmachtige verbreking der dienstbetrekking .... doet deze wel eindigen" uit theoretisch oogpunt niet volkomen juist en gaven in overweging in dien aanhef te doen uitkomen, dan door eigenmachtige verbreking de dienstbetrekking „als geëindigd zal worden be" schouwd. Sommige leden betoogden, dat het onjuist is, in dit artikel te spreken van „grondige" en niet, als in het ontwerp-DRUCKER. van „dringende" redenen. In de Memorie van Toelichting wordt opgemerkt, dat volgens het ontwerp „grondige redenen" tot verbreking der dienstbetrekking alleen dan bestaan, wanneer het van den wil van de wederpartij afhankelijk was ze te voorkomen, in tegenstelling van de „gewichtige redenen", in artikel 1639^ genoemd, die alleen in billijkheidsoverwegingen moeten gezocht worden. De bedoelde leden achtten deze tegenstelling niet juist en meenden, dat de gronden hier en die in art. 1639 x genoemd, op andere wijze moeten worden onderscheiden. Het verschil moet hierin worden gezocht, zooals trouwens in de toelichting bij laatstgenoemd artikel, die met de toelichting op de artt. 1639^ 1639/ niet geheel in overeenstemming schijnt, ook wordt erkend, dat men in art. 1639 q te doen heeft met omstandigheden, die het verklaren, ja rechtvaardigen, dat een der partijen onmiddellijk een einde maakt aan de dienstbetrekking en daarentegen in art. 1639.2: met redenen, die volstrekt niet eene plotselinge eigenmachtige verbreking der dienstbetrekking wettigen. Op het al dan niet urgente van de omstandigheden komt het hier aan en deze tegenstelling ligt wel in de woorden: „dringend" en „gewichtig", maar komt in de woorden: „grondig" en „gewichtig" niet tot haar recht. Ook daarom is het trouwens onjuist de woorden „grondig" en „gewichtig" tegenover elkander te stellen, omdat de gewichtige redenen, in art 1639^ ter sprake, al zijn zij niet van dringenden aard, toch zeker wel als grondige redenen zijn aan te merken. :
:
:
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's