Sociale hervormingen - pagina 181
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
237 1637 g den wettelijken vertegenwoordiger genoegzamen invloed het aangaan van eene arbeidsovereenkomst door een minderjarige verzekeren en een beding, als het hier geldt in die overeenkomst niet tegen den wil van den vader of voogd kan worden opgenomen. Daarom moet de bewering, dat hier de werkgever zich in de plaats van den wettelijken vertegenwoordiger van den minderjarige zou stellen, als onjuist worden aangemerkt. Verscheidene leden, die zich met de strekking van het hierbedoelde beding wel konden vereenigen, hadden bezwaar, dat hier slechts de Rijkspostspaarbank wordt genoemd en het den werkgever voortaan dus niet zal vrijstaan die gelden bij andere spaarbanken of spaarvereenigingen te beleggen. Zij vestigden er de aandacht op, dat ten gevolge van de beperkte strekking van deze bepaling allerlei bestaande regelingen omtrent het sparen door minderjarige arbeiders in de war zullen worden gestuurd en wezen o.a. op eene vereeniging als de Hengelosche Spaarvereeniging, wier bestuur in een tot de Kamer gericht adres, welks inhoud ook den Minister niet onbekend zal zijn gebleven, heeft aangetoond, dat, wordt deze bepaling ongewijzigd aangenomen, het bestaan der vereeniging, wier streven door de Hengelosche fabrieksbevolking zeer wordt op prijs gesteld, vrijwel onmogelijk wordt gemaakt. Te recht, meenden deze leden, wordt in het adres, dat het bestuur der Vereeniging van Nederlandsche werkgevers bij
onder dagteekening van 19 Maart j.1. tot de Kamer heeft gericht, de opmerking gemaakt, dat het in het wezenlijk belang der arbeiders is, de toepassing van deze bepaling niet uit vrees voor mogelijke misbruiken te zeer te beperken. Zij vroegen, waarom hier niet het voorbeeld van sub 2 kan worden gevolgd en voorgeschreven, dat de gelden ook zullen kunnen worden geplaatst in andere spaarbanken of spaarvereenigingen, mits deze instellingen voldoen aan de voorwaarden, bij algemeenen maatregel van .
bestuur te stellen. Vele andere leden keurden goed, dat in deze bepaling slechts de Rijkspostspaarbank is genoemd. Beperkt men zich tot deze instelling niet, dan brengt de billijkheid mede, dat de belegging in alle andere spaarbanken wordt vrijgelaten. Maar dan zal de maatregel, wil men althans eene veilige belegging der spaargelden van de minderjarigen waarborgen, tot zeer uitgebreide Staatsbemoeiing aanleiding moeten geven. Men verklaarde het artikel aldus te begrijpen, dat de bepaling, dat het in de Rijkspostspaarbank geplaatste gedeelte van het loon door den arbeider eerst zal kunnen worden opgevorderd, wanneer hij zekeren, niet hooger dan één en twintig jaar te stellen, leeftijd zal hebben bereikt, in het spaarbankboekje zelf zal worden opgenomen. Men achtte dit den eenigen raadzamen weg om het doel te bereiken en zoude het beslist afkeuren, indien, ter waarborging van het gestelde beding, het spaarbankboekje onder berusting van den werkgever zoude komen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's