Sociale hervormingen - pagina 243
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
231
waar zich jongens, meisjes of vrouwen bevinden nog meer aanleiding de wettelijke voorschriften te controleeren dan in de overige, vermits de genoemde personen meer bescherming genieten dan volwassen mannen. In verband met in inrichtingen, is
altijd
een en ander wordt voorgesteld te bepalen, dat bij de inzending van eene arbeidslijst, die geen namen bevat, moet worden opgegeven hoevele jongens, meisjes, vrouwen en mannen in of ten behoeve van het bedrijf werkzaam zijn. 396. Het is wenschelijk om voor de arbeidslijsten, die moeworden opgehangen, en voor die, welke moeten worden ingezonden, zoo noodig verschillende modellen te kunnen vaststellen. De laatst bedoelde lijsten kunnen al licht in kleiner formaat worden opgemaakt. Bovendien zullen welUcht op de lijsten die opgehangen moeten worden, vermeld worden eenige herinneringen, die van belang zijn voor het hoofd of den bestuurder zoowel als voor den arbeider, bijv. vermelding van de namen en woonplaatsen van de ambtenaren der arbeidsinspectie, die ter plaatse bevoegd zijn.
Art
ten
—
Arit. 397 Het is van groot belang, dat meer gegevens 399. worden verkregen omtrent den huisarbeid. Thans vernemen de inspecteurs van den arbeid niet dan bij uitzondering, waar huisarbeiders zijn gevestigd. Toch worden juist onder de huisarbeiders
het meest de wettelijke voorschriften overtreden, niet alleen ten aanzien van de beveiligingen, maar vooral ook ten aanzien van den arbeidsduur. Ten einde de inrichtingen op het spoor te komen, waar de huisarbeid wordt verricht, bepaalt het ontwerp, dat de hoofden of bestuurders van bedrijven, ten behoeve waarvan een of meer arbeiders buiten die bedrijven werkzaam zijn, een register moeten aanleggen en bijhouden. In dat register behooren te worden vermeld de arbeiders voor zoover de wet hun arbeidsduur beperkt en omtrent elk van hen hetgeen in art. 398 is bepaald. Van groot belang is de opgave van de plaats, waar de huisarbeid
wordt
verricht.
Voor de toehchting van art. 397 onder b meent de ondergeteekende te kunnen verwijzen naar bladz. 4 van deze Memorie en naar de toelichting van de artikelen 249—253.
—
Artt. 400 403. Deze artikelen, die zich geheel aansluiten bij het ook in andere hoofdstukken gevolgde stelsel, dat in het algemeene deel dezer Memorie (bladz. 3 en 4) is ontwikkeld, schijnen geen toelichting te behoeven. Alleen moge voor zooveel noodig worden opgemerkt, dat in art. 403 het geval is voorzien, de arbeiders hun daar bedoelden rusttijd in fabriek of werkplaats kunnen doorbrengen namelijk, wanneer dat geschiedt in het schaftlokaal, wanneer daartoe ver-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's