Sociale hervormingen - pagina 347
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
335
Aan de inrichtingen, welke, hetzij als werkplaats, hetzij als fabriek, aan de bepalingen der wet zullen zijn onderworpen. Vooral met het oog op het toezicht scheen hun deze uitbreiding bedenkelijk. In het bijzonder de kleine „werkplaatsen" zullen met betrekking tot de naleving der wet groote moeilijkheden opleveren. Dit klemt nog te meer, waar ook de alleenwerkende patroons niet langer aan de bemoeiing der Overheid zullen zijn onttrokken. Sommige leden achtten het verkeerd, dat de arbeid, welke
kenmerk eener werkplaats
zal gelden, beperkt is tot dien omschreven. Als gevolg van die beperking vreesden zij, dat kantoorbedienden, barbiers en dergelijke personen, wier arbeid althans naar het gewone spraakgebruik vermoedelijk niet valt onder de in art. 9 omschreven werkzaamheden, van de beschermende bepalingen der wet alleen profijt zullen trekken, wanneer zij aan eene fabriek, werkplaats of winkel zijn verbonden. Zij zouden daarom de woorden „de in het v^orige artikel omschreven" gaarne willen laten vervallen. Verscheidene andere leden hadden hiertegen bezwaar. Naar hunne meening gaat art. 10, dat zelfs de plaats, waar de patroon geheel alleen arbeid in den zin van het ontwerp verricht, als werkplaats onder de bepalingen der wet doet vallen, reeds meer dan ver genoeg, en zou het wenschelijk zijn op de werkplaatsen nog eene nadere verdeeling toe te passen, aangezien het niet mogelijk zal zijn alle localiteiten, welke naar de door de Regeering voorgestelde ruime redactie onder het begrip „werkplaats" zullen vallen, aan dezelfde bepalingen te onderwerpen. Het bezwaar met betrekking tot de barbiers wordt trouwens, naar deze leden meenden, ondervangen door het bepaalde bij art. 15. als
welke
in art.
9
is
—
—
ArL II. De uitdrukking „met elkander in gemeenschap staan" scheen voor tweeërlei uitleg vatbaar. Waar de Memorie van Toelichting verklaart, dat het dichten van deuren en het plaatsen van muren de werklokalen zoolang zij gemeenschap hebben zonder dat daartoe de openbare weg behoeft te worden betreden, niet zal maken tot verschillende fabrieken of werkplaatsen, daar wordt aan bovenbedoelde uitdrukking eene zeer verre strekking gegeven en zullen b.v. ook werklokalen welke door een uitgestrekt particulier erf worden gescheiden, mits zij slechts tot éénzelfde inrichting behooren, geacht moeten worden aan het vereischte te voldoen. Men had daartegen geen bezwaar, maar meende, dat eene zoo ruime uitlegging weinig kans zal hebben algemeen ingang te vinden, indien zij niet door de wet zelve wordt gesanctionneerd men drong daarom aan op eene ondubbelzinnige omschrijving in de wet. In de slotzinsnede is sprake van „een winkel, waarin niet pleegt gewerkt te worden". Daargelaten dat hier voor „gewerkt" zal moeten worden gelezen „arbeid verricht", scheen ook de uitdrukking „niet pleegt" minder juist gekozen. tegen mis;
Om
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's