Sociale hervormingen - pagina 92
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
:
enz. Daarvoor schijnt geene afdoende reden te bestaan. Acht de werkgever het noodig, dat de arbeider in zijn huis woont, dan kan hij deze woning tot bestanddeel van het loon maken (zie art. 1637/ 4.) Overigens is niet verboden, dat de arbeider van den werkgever eene woning huurt (zie art. 1638 r, 4.) alleen ;
de
verplichting
daartoe
mag
niet
in
de
arbeidsovereenkomst
worden opgenomen.
Met betrekking
tot
de
uitzonderingen,
welke
in
dit artikel
voorkomen, worde het volgende opgemerkt
Omtrent de wenschelijkheid van deze uitzondering bestond de behandeling van het Truck-Ontwerp geen verschil van
i.
bij
gevoelen. 2 Ook over deze uitzondering werd na een uitvoerige gedachtenwisseling overeenstemming verkregen tusschen den Minister en de Commissie van Rapporteurs over het Truck-Ontwerp (Nader Gewijzigd Ontw., art 7, in verband met art. 9). Op dat artikel is thans voortgebouwd. Het is waar, de verplichting tot deelneming in verschillende fondsen legt een zekeren druk op den arbeider. Doch de voordeden, die daartegenover staan en die bij de behandeling van het Truck-Ontwerp werden in het licht gesteld, zijn zóó groot, dat het wenschelijk is, dergelijke fondsen met verplichte deelneming toe te laten, mits ze met de noodige waarborgen worden omringd. In afwachting van eene algemeene wettelijke regeling der fondsen zullen deze waarborgen bij algemeenen maatregel van Bestuur behooren te worden voorgeschreven. Het Burgerlijk Wetboek schijnt niet de plaats daaromtrent in nadere bijzonderheden te treden. Daartegen zijn verschillende redenen aan te voeren. Eene algemeene wettelijke regeling der fondsen zal veel meer behooren te omvatten dan alleen de fondsen van welke in dit nummer sprake is. Denkt men daarbij aan de zeer verschillende .
vormen, waaronder al wat onder de algemeene benaming van „fonds" wordt aangeduid, zich in de practijk vertoont, aan de geheel verschillende doeleinden, waartoe de gelden van die fondsen moeten strekken, dan is duidelijk dat het weinig gewenscht kan zijn, door eene regeling van een gedeelte dier fondsen bij deze wet, op de algemeene regeling vooruit te loopen. De regeling van de fondsen in dit artikel bedoeld, kan niet anders zijn dan een onvolledige, wat het ontwerp in zijn geheel betreft, en tijdelijke regeling, voor welke een algemeene maatregel van bestuur meer eigenaardig de vorm schijnt te wezen. Maar ook indien het bezwaar niet bestond, dat door opneming van voorschriften, betreffende de in dit nummer bedoelde fondsen in deze wet, op eene algemeene regeling, meer dan wenschelijk kan zijn, zou worden gepraejudicieerd, kon nog die regeling hier ter plaatse niet worden aanbevolen. Dergelijke regeling immers, zal zij iets ten goede kunnen uitrichten, zal moeilijk, gelijk in het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's