Sociale hervormingen - pagina 163
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
151
het aantal arbeiders, dat in een werklokaal werkzaam mag zijn. Hoewel formeel verschillende, komen beide voorschriften toch inderdaad op hetzelfde neer. Zij steunen, het eene even goed als het andere, op de bovenruimte, waarvan boven sprake was, die in een werklokaal voor eiken arbeider aanwezig moet zijn. Hoewel de beide voorschriften derhalve vrijwel op hetzelfde neerkomen, meent de ondergeteekende aan de redactie, die in het ontwerp is gevolgd, de voorkeur te moeten geven. Die redactie doet rechtstreeks vragen naar het maximum aantal arbeiders, dat in een lokaal werkzaam mag zijn, terwijl het Veiligheidsbesluit bepaalt hoeveel luchtruimte per arbeider aanwezig moet zijn en dus het aantal arbeiders, dat werkzaam mag zijn, nog doet berekenen nadat de eisch der luchtruimte bekend is. Dat aan de in het wetsontwerp opgenomen redactie nog een ander voordeel is verbonden zal hieronder nader worden aan-
getoond.
Dusver was sprake van werklokalen, die eene gemiddelde hoogte hadden van 3 M., en medegedeeld werd, dat in die werklokalen zoovele arbeiders werkzaam mogen zijn als de luchtbak, die voor eiken arbeider aanwezig moet zijn, begrepen is in den inhoud der bovenruimte. Voor de werklokalen, waaraan de strengste eisch wordt gesteld, dus aan de nieuwe schadelijke, bleek de luchtbak per persoon te moeten zijn 2,8 M^, zoodat door deeling van dit getal op den inhoud van de ruimte in het werklokaal, welke zich op 1.80 M. van den vloer bevindt, gevonden wordt het aantal personen, dat in het werklokaal werkzaam mag zijn. Voor de oude schadelijke en tevens voor de nieuwe niet-schadelijke werklokalen moet per persoon beschikbaar zijn een luchtbak van 2,4 M^. Voor de oude niet-schadelijke bedraagt de grootte van dien luchtbak per persoon 2 M^. Deze cijfers zijn terug te vinden in eene der formules, die in de artikelen 8 tot 84 voorkomen. In de twee andere formules, die in elk van die artikelen voorkomen, zijn die cijfers niet terug te vinden, omdat daarbij niet wordt gezocht naar de verhouding van het aantal luchtbakken en de inhoud van de bovenruimte. Wanneer de hoogte van het werklokaal meer dan 3 M. bedraagt zou de toepassing van de zooeven aangegeven deeling tot ongerijmde uitkomsten voeren. Hetzelfde is het geval, wanneer de gemiddelde hoogte van het werklokaal minder dan 2.10 M. bedraagt. Voor beide gevallen is in het ontwerp een andere eisch gesteld. Bedraagt de gemiddelde hoogte meer dan 3 M., dan wordt gezocht naar het aantal keeren, dat de luchtruimte, die volgens het Veiligheidsbesluit voorgeschreven was, begrepen is in den inhoud van het geheele werklokaal. Naarmate het werklokaal onder een der 4 boven aangegeven categorieƫn behoort, moet derhalve 7 6 of 5 worden gedeeld op den inhoud van het werklokaal. Bedraagt de gemiddelde hoogte minder dan 2.10 M., dan wordt 1
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's