Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Sociale hervormingen - pagina 497

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sociale hervormingen - pagina 497

voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.

2 minuten leestijd

485

algemeenen maatregel van bestuur zouden dan altijd die kunnen worden verzwaard. Door verscheidene leden werd er op aangedrongen, dat in elk geval het concept van den algemeenen maatregel ter griffie van de Kamer worde nedergelegd ter kennisneming van de leden, opdat dezen zich op de hoogte kunnen stellen van de wijze, waarop de Regeering aan het wettelijk voorschrift denkt uitvoering te geven. Enkele leden meenden, dat die nederlegging niet aan de openbare behandeling van het wetsontwerp behoeft

bij

eischen, voor zooveel noodig,

vooraf te gaan. Nog werd door eenigen de wensch uitgesproken, dat tegelijkertijd nogmaals inzage worde verleend van de voorwaarden, waaronder in den jongsten tijd de caisson-arbeid aan de Hembrug heeft plaats gehad.

Met het oog op de ernstige gevaren, waarin de personen die caisson- werkzaamheden verrichten, zijn blootgesteld en welke, zoolang niet bij de meest doeltreffende maatregelen ook de naleving daarvan volkomen is gewaarborgd, niet geheel zullen kunnen worden bedwongen, werd de vraag behandeld, in hoever de hier bedoelde werklieden door de bepalingen der Ongevallenwet 1901 tegen de geldelijke gevolgen van de zoogenaamde caissonzullen zijn gevrijwaard. Daarbij scheen het in de eerste niet geheel zeker, of de gevolgen van die ziekte, in verband met de wijze waarop zij zich openbaart, volgens de bestaande jurisprudentie steeds als een ongeval zullen zijn aan te

ziekte plaats

merken.

Een tweede punt van

twijfel betrof de vraag, of de waaraan bij het samenstellen en de behandeling van de Ongevallenwet 1901 waarschijnlijk niet speciaal is gedacht, kan worden gerangschikt onder een der in art. i o dier wet genoemde verzekeringsplichtige bedrijven. Gesteld al, dat deze twijfel kon worden uit den weg geruimd, dan nog zou moeten worden uitgemaakt, in welke gevarenklasse de hier bedoelde arbeid ware in te deelen. Hetgeen door den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid met betrekking tot dit punt werd medegedeeld in de vergadering der Kamer van 17 Maart 1904 (i), scheen weinig geschikt om de onzekerheid omtrent een en ander weg te nemen. Men kon zich toch moeilijk vereenigen met het denkbeeld, dat het bij contract opleggen aan een aannemer van de verplichting, zijne werklieden overeenkomstig de Ongevallenwet 1901 te verzekeren, alle moeilijkheden zou kunnen

caisson-arbeid,

oplossen. Men stelde er prijs op, te worden ingelicht omtrent het standpunt, dat de Regeering met betrekking tot deze vragen inneemt. Algemeen was men van oordeel, dat in elk geval de verzekering van de hierbedoelde werklieden onomstootelijk behoort vast te staan. (i)

Zitting

1903

— 1904,

Handelingen, bladz. 1610.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

Sociale hervormingen - pagina 497

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's