Sociale hervormingen - pagina 112
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
lOO
zoodoende ingrijpt in hetgeen in woningen voorvalt, maar daartegen bestaat naar het den ondergeteekende voorkomt geen bezwaar. Met de woning als zoodanig bemoeit de wet zich immers niet; zij wil den arbeider beschermen tegen nadeelige omook al standigheden, die zich in fabrieken en werkplaatsen kunnen doen gevoelen. zijn deze tevens woningen Ten einde nu aan te geven van welk stelsel het ontwerp uitgaat bij het bepalen van de aansprakelijkheid voor de zorg, dat fabrieken en werkplaatsen aan de gestelde eischen voldoen, behoort nog even stilgestaan te worden bij de Kamper sigarenmakerijen. De tabaksfabrikant wordt aansprakelijk gesteld voor de naleving van een aantal bepalingen, welke in art. 251 zijn opgesomd. Bij het opnemen van de artikelen in genoemd art. 251 is zorgvuldig nagegaan voor welke eischen de aansprakelijkheid op den sigarenfabrikant behoort te rusten. Tevens is er voor gewaakt, dat hij in geen geval aansprakelijk kan worden gesteld voor het naleven van die voorschriften, welke eene bepaalde medewerking van den arbeider vorderen. Dit is geschied in het tweede lid van art. 251. De sigarenfabrikant kan bijv. niet aansprakelijk er voor worden gesteld, dat de sigarenmaker in zijne werkplaats voldoende versche lucht heeft; wel kan de fabrikant zorgen voor het aanwezig zijn van doelmatige middelen om voldoende versche lucht te kunnen toelaten, zoodat hij bijv. kan zorgen, dat er in de werkplaats een of meer ramen zijn, terwijl
—
—
ook van hem kan worden verlangd, dat hij zorge, dat die ramen zoodanig worden vastgespijkerd, dat zij niet kunnen worden geopend, maar het zoude te ver gaan te vorderen dat hij ook op het openstaan van een raam zoude hebben toe te zien. Bestaat naar de meening van den ondergeteekende geen bezwaar tegen de boven ontvouwde aansprakelijkheid van den sigarenfabrikant voor den toestand, waarin zijne huisarbeiders werkzaam zijn, zoo kunnen zich andere gevallen voordoen, die eene andere regeling vorderen. Wanneer een bakker ten platte lande graan ter bewerking geeft aan een molenaar, dan moet niet de bakker aansprakelijk zijn, dat ten aanzien van den molen aan de eischen van het vierde hoofdstuk worde voldaan. Om twee motieven moet die aansprakelijkheid op den molenaar rusten. In de eerste plaats zal de molenaar wel zijn hoofd of bestuurder van zijn molen, van een afzonderlijk bedrijf derhalve hetgeen met den bovenbedoelden sigarenmaker niet het geval is en in de tweede plaats zal de molenaar niet voor den éénen bakker alleen plegen te arbeiden, maar zijne inrichting wel ten dienste stellen van een ieder, die graan wenscht te doen malen. Ook dit zal met den sigarenmaker niet het geval zijn. In deze beide verschilpunten heeft de ondergeteekende gemeend een kenmerkend onderscheid te moeten vinden om de aansprakelijkheid ook verschillend niet
—
te regelen.
Wanneer de tehuiswerker
aanneemt van
—
grondstoiïen of halfproducten voorwerpen ten
slechts één persoon, die bedoelde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's