Sociale hervormingen - pagina 66
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
56
voor aanvulling van de wettelijk vastgestelde rechten en verplichtingen der partijen. Buiten hetgeen de wet hem oplegt, kan een welgezinde werkgever nog heel wat in het belang zijner arbeiders doen: de wel eens geuite vrees, dat eene wet met dwingende kracht hem de gelegenheid daartoe zoude benemen, is geheel ongegrond. Of zeker wetsvoorstel dwingend karakter heeft of afwijking door partijen veroorlooft, moet voor de practische toepassing gemakkelijk herkenbaar zijn. Wel bezigt het Ontwerp niet steeds eene zelfde uitdrukking, doch de bewoordingen, waarin het dwingend recht is aangeduid, zijn steeds van dien aard, dat iedere twijfel aan de beteekenis opgeheven is. In den regel wordt de nietigheid uitgesproken van „elk beding" i), waarbij van zekere wetsbepalingen wordt afgeweken (verg. artt. 1637^; 1 63 8 £, laatste lid; 1638^", laatste lid; 1638;', laatste lid; 1639/, tweede lid; 1639;;/, tweede lid; en 1639/, derde lid); bij art. 163 7 ra, aanhef, is het woord „ongeoorloofd" hierbij gevoegd, op de gronden in de toelichting van dat artikel aangegeven. Bij andere artikelen wordt eene bepaalde handeling of een bepaald voorschrift, niet voldoende aan zekere, bij de wet gestelde, vereichten, met nietigheid gestraft (verg. artikel
1637/, aanhef), terwijl
bij
art.
aanhef,
16377',
gezegd wordt dat het niet in geld vastgesteld loon voor zekere arbeiders niet anders kan vastgesteld worden dan in de bepaaldelijk aangeduide zaken. Eindelijk wordt in het geval, bedoeld bij art. 1637/, de gansche arbeidsovereenkomst als nietig aangemerkt. Overigens gaat het Ontwerp uit van den algemeen voor overeenkomsten geldenden regel, dat partijen vrij zijn in het stellen van de voorwaarden der overeenkomst, tenzij door de wet het tegendeel is bepaald. In de gevallen, waar afwijking niet verboden is, verlangt het Ontwerp vaak, dat zij schriftelijk worde overeengekomen, opdat partijen zich behoorlijk rekenschap ervan geven, dat zij hunne rechtsbetrekking aan andere regels onderwerpen dan door de wet in het algemeen als de meest rationeele zijn vastgesteld (verg. artt. lid
2;
1639?',
lid
2;
1638^, lid 2; 1638/, laatste lid
1639/, lid
4).
Met de
;
1638/^,
schriftelijke overeen-
komst wordt het reglement op ééne lijn gesteld. De behoefte aan dwingende rechtsregels doet zich ten aanzien van sommige bepalingen niet voor alle arbeiders in gelijke mate gevoelen ze is minder klemmend ten aanzien van diegenen hunner, die zich tegenover den werkgever in eene minder afhan;
kelijke positie bevinden. Met betrekking tot enkele voorschriften, die in het algemeen met dwingende kracht zijn voorzien, kan 1901 bezigt hier, in afwijking van het Ontwerp 1) Het Regeeringsontwerp van Drucker, de uitdrukking „elk beding of elke bijzondere overeenkomst". De cursief
woorden schijnen overbodig, daar het, wanneer de wet van „elk beding" gewaagd, onverschillig is, of dit op zich zelf staat of in eene overeenkomst is opgenomen, waarin ook andere bedingen zijn vervat. gedrukte
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's