Sociale hervormingen - pagina 265
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
321 vervat,
een zoodanig beding ongeoorloofd en nietig zoude
zijn,
het beslist noodzakelijk in eene uitzonderingsbepaling van dit
is
beding melding te maken. De ondergeteekende onderschrijft ten volle de meening van de leden, die van oordeel waren, dat de besproken bepaling slechts van de Rijkspostspaarbank behoort te gewagen. Hoewel hij het ten zeerste zoude betreuren, indien werkelijk ten gevolge van deze bepaling het bestaan van goede spaarkassen werd bedreigd, toch zou de bevoegdheid om ook de belegging bij andere spaarbanken te bedingen, niet in de bepaling kunnen worden opgenomen zonder te steunen op eene wettelijke regeling, welke bij deze gelegenheid zeker niet op eenigszins afdoende wijze tot stand gebracht zou kunnen worden. Daar intusschen het bestaan van de particuliere spaarbanken, zelfs in de centra der grootindustrie, wel niet afhankelijk zal zijn van de gelden, welke krachtens deze bijzondere bepaling zouden worden ingelegd, vertrouwt de ondergeteekende, dat deze uitsluiting van particuliere spaarkassen niet den ondergang van ook maar ééne dezer kassen ten gevolge zal hebben. De bedoeling is geenszins, dat het spaarbankboekje onder berusting van den werkgever zoude komen. Een dergelijk voorschrift zou hier inderdaad beslist afkeuring verdienen. De bedoeling is geene andere dan om eene toepassing in het leven te roepen van de bepaling van art. 7 van het Koninklijk besluit van 10 Januari 1881 {Staatsblad n. 2), gewijzigd bij de Koninklijke besluiten van 15 Mei 1883 {Staatsblad n. 45) en 8 Mei 1896 (Staatsblad
Waar
n.
77).
leeftijd voor de meerderjarigheid eerlang van 21 jaren zal zijn, schijnt het in strijd met het eenmaal door de burgerlijke wetgeving aangenomen beginsel om hier, in nauw verband met de meerderjarigheid, weder tot den drie-
de wettelijke
die
en-twintigjarigen leeftijd terug te keeren. Terecht werd opgemerkt, dat de mogelijkheid voor den vader om in zekere gevallen de gelden te kunnen opvorderen, in strijd zoude zijn met de bedoeling van het voorschrift.
Art. 1637 (nieuw). Gevolg gevende aan den van verschillende zijden uitgesproken wensch 1) heeft de ondergeteekende hier ter plaatse in de Tweede Afdeeling, handelende van de arbeidsovereenkomst in het algemeen, waarin ook o. a. het zoo-
genaamde truck-artikel voorkomt, een artikel opgenomen waardoor de bevoegdheid des werkgevers om van den arbeider te bedingen, dat deze hem na afloop der dienstbetrekking geene concurrentie zal aandoen, wordt geregeld en beperkt. Het eerste lid van dit artikel stelt het beginsel vast, dat een zoodanig beding slechts geldig kan zijn indien het aan zekere 1)
II.
Voorloopig Verslag, bladz.
12.
21
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's