Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Sociale hervormingen - pagina 122

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sociale hervormingen - pagina 122

voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.

2 minuten leestijd

:

112

Het

tijdstip, waarop de dienstbetrekking zal eindigen, kan voren worden aangewezen. De overeenkomst beoogde eene dienstbetrekking van geheel onbepaalden duur (artt. 1639^

II

niet

.

van

te

1639/.) III Invloed van den dood van eene der partijen op de dienstbetrekking (artt. 1639 k en 1639/.) .

IV

De overeenkomst

.

1639

tijd (art.

De

B.

m

gevallen,

met hetgeen

strijdt

beoogt eene dienstbetrekking met proef-

-)

waarin de opheffing der dienstbetrekking de overeenkomst is bepaald

bij

1. Ontbinding der overeenkomst door den rechter uithoofde van aanwijsbare nadeelige gevolgen, welke voor den arbeider (of

diens gezin) uit de verbintenis voortvloeien II

.

— 1639 III

IV

.

.

(artt.

163972

Eenzijdige verbreking der dienstbetrekking

— 1639^.)

1639^

(artt.

e/.)

Eindiging van een zeer lange dienstbetrekking (art.

Ontbinding der overeenkomst door den rechter

gewichtige redenen

(art.

1

63920.)

wegens

1639^?.)

V. Ontbinding der overeenkomst door der rechter overeenkomstig art. 1303 (art. 16393?.) Eerste lid. De tijd, waarvoor de dienstbetrekking aangegaan, kan hetzij onmiddellijk, hetzij middellijk bij de overeenkomst zijn aangewezen. In de wet eene nadere omschrijving op te nemen van de omstandigheden, waaruit de duur kan Art. 1639^.

is

worden

afgeleid,

is

deels overbodig, deels ondoenlijk.

Dat

bijv.

„huur en verhuring van diensten, tot een bepaald einde, of voor eene bepaalde onderneming, wordt gerekend te duren tot zoolang dit einde is bereikt, of deze onderneming is afgeloopen" (art. 2644 van het ontw. 1820,) spreekt wel van zelf. Daarentegen is in het algemeen niet te zeggen, of eene arbeidsovereenkomst, waarbij het loon op een zekere som per jaar of per week is bepaald, ook moet geacht worden voor een jaar of eene week te zijn ingegaan; eene bepaling, als art. 1622 B. W. geeft omtrent de huur van gestoffeerde kamers, zou hier vaak weinig beantwoorden aan de bedoeling van partijen 1.) 1) Zoo vindt men in de Arbeidsenquête vele gevallen van arbeidsovereenkomsten, voor een jaar of voor een seizoen aangegaan, met bepaling van een weekloon. Daarentegen pleegt bij huiselijke dienstboden het loon op een zekere som per jaar te worden gesteld, al wordt de overeenkomst geenszins voor een geheel jaar gesloten. Men vergelijke ook de volgende vonnissen: Rb. Amsterdam 7 April 1892, W. v. h. R. n. 6202, P. v. J. 1893 n. 27; Rb. Breda 20 Dec. 1892, W. v. h. R. n. 6318; Ktgt. Zuidbroek 30 Nov. 1893, P. v. J. 1894, n. 59; Hof Amsterdam 8 Jan. 1897, W. v. h. R. n. 6950, P. v. J. 1897, n. 38; Rb. 's Gravenhage 14 December 1897, W. v. h. R. n. 7100; Hof 's Gravenhage 28 December 1898, P. v. J. 1898, n. 25.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

Sociale hervormingen - pagina 122

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's