Sociale hervormingen - pagina 450
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
438 binnen de fabriek of werkplaats worden doorgebracht. De leden hier aan het woord sloten voor die moeilijkheid geenszins de oogen, maar wezen er op, dat het bij vele fabrieken en werkplaatsen metterdaad onmogelijk zal zijn het „doelmatig, behoorlijk verlicht, zindelijk gehouden, 's winters voldoend verwarmd lokaal,, geen werklokaal zijnde" beschikbaar te stellen, zoodat de jeugdige en vrouwelijke arbeiders gedwongen zullen zijn hunne rusttijden door te brengen op straat of in gelegenheden waar gelagen worden gezet. Het geneesmiddel scheen hier erger dan de kwaal. Men erkende, dat in de bepaling van het derde lid een correctief gelegen is, maar meende toch met eenigen nadruk op dit punt te moeten wijzen omdat de Minister blijkbaar bij het voorstellen van dit correctief alleen aan andere omstandigheden heeft gedacht. blijkbaar niet gedacht aan inwonend bedrijf niet tot de uitwel waarschijnlijk, dat ten is zeker behoeve van inwonende jeugdige en vrouwelijke arbeiders eene vergunning zal worden verleend, als bedoeld in art. 306, maar, zoo werd gevraagd, waar zullen die arbeiders den in art. 273
Art. 308. Bij dit artikel personeel, zooals toch bij zonderingen behoort. Het
is
meer dan één
bedoelden rusttijd, gelegen tusschen 7 uur 's avonds en 6 uur 's morgens, moeten doorbrengen gedurende den tijd welke verloopt tusschen de aanvraag en het verleenen van die vergunning ? §
2.
Van den arbeidsduur van mannen
bij nachtarbeid in voor de gezondheid schadelijke bedrijven.
Bij de algemeene beschouwingen omtrent het wetsontwerp werd reeds in korte trekken het denkbeeld, den arbeidsduur voor volwassen mannen ook in andere dan objectief abnormale bedrijven te beperken, verdedigd en bestreden. Thans op dit punt terugkomende betoogden sommige leden de noodzakelijkheid van een vaststelling bij de wet van een normalen arbeidsdag voor alle arbeiders in alle bedrijven. Zij wezen er op, dat niet alleen dit een eisch is van ethisch beginsel, maar dat ook de ervaring heeft aangetoond, dat de arbeider door van
krachten niet het uiterste te vergen en na den dagelijkschen arbeid behoorlijke rust te genieten zoowel zedelijk als lichamelijk tot hoogere waarde komt, hetgeen almede ten gevolge heeft, dat inperking van den arbeidsduur geene vermindering van de productie met zich brengt. Lijnrecht tegenover deze groep stonden sommige leden, die elke bemoeiing van den wetgever met den arbeidsduur van volwassen mannen in beginsel verkeerd achtten en daarin eene ongerechtvaardigde inbreuk op de persoonlijke vrijheid zagen. Andere leden waren voorshands niet overtuigd van de noodzakelijkheid van eene volledige wettelijke regeling van den arbeidsduur voor volwassen mannen in alle bedrijven, maar achtten niettemin het standpunt van laatstbedoelde leden volstrekt niet
zijne
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's