Sociale hervormingen - pagina 382
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
370 daarvoor een of meer jongens of meisjes in dienst zal moeten nemen wier leeftijd hen aan de verbodsbepaling onttrekt. Er waren intusschen ook leden, die, hoewel de juistheid van de aangegeven bezwaren geenszins betwistende, toch bereid waren de wijde strekking der bepaling te aanvaarden, aangezien vreesden, dat het maken van een onderscheid ten deze in zij de practijk niet wel uitvoerbaar zou zijn en eene poging daartoe allicht ten gevolge zou hebben dat ergerlijke misbruiken werden
vangen,
bestendigd.
Verscheidene leden keurden ten zeerste eene regeling af, volgens welke de vader, die zich om het verbod niet bekommert en voortgaat zijn kinderen boodschappen te laten doen, krachtens art. 73 j" art. 424, niet als vader maar als hoofd of bestuurder van het bedrijf gestraft zal worden. De Regeering heeft blijkbaar niet willen raken aan de vaderlijke macht; maar langs een omweg wordt nu toch hetzelfde bereikt. Men meende, dat de fictie, als zou de vader, door aan zijn kind een boodschap in verband met zijn bedrijf op te dragen, niet handelen als vader maar als hoofd of bestuur van dat bedrijf, te ver gaat en niet te verdedigen is. Bestaat er bij de Regeering bezwaar om den ouders in dit opzicht eenige vrijheid te laten, dan behoort zij dit, meende men, ronduit te verklaren en de ouders als ouders aansprakelijk te stellen. Andere leden konden zich met deze afkeuring in het geheel niet vereenigen en verklaarden, dat, althans voor de gevallen waarin de vader werkelijk een bedrijf uitoefent, het stelsel der Regeering hunne volle instemming heeft. Men vestigde er de aandacht op, dat het bepaalde onder b niet duidelijk is. Daaruit toch kan zoowel gelezen worden, dat een kind, zoolang het niet den leeftijd heeft bereikt waarop het buiten de leerverplichting valt, in het geheel geen arbeid mag verrichten, als dat het verbod zich slechts uitstrekt tot de tijden, waarop het kind de school moet bezoeken. Men vertrouwde, dat het eerste bedoeld is, maar meende, dat dit dan ook ondubbelzinnig behoort te blijken.
De slotbepaling van het artikel scheen een stap achteruit. Krachtens art. 23 der bestaande Arbeidswet is het arbeidsverbod voor kinderen beneden twaalf jaren niet van toepassing voor zooveel betreft de aan boord wonende kinderen of pupillen van den schipper, terwijl in het ontwerp gesproken wordt van kinderen of pupillen van den schipper of visscher. Daartegenover werd opgemerkt, dat die terugtred inderdaad niet meer dan schijnbaar is. In bedoeld art. 23 toch wordt niet alleen gesproken van arbeid in of voor het schippersbedrijf, maar ook van arbeid in of voor het visschersbedrijf, en het scheen niet wel aan te nemen, dat aan boord van een schip de kinderen of pupillen van den visscher zouden wonen, wanneer niet die visscher tevens de schipper is. Door de kinderen of pupillen van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's