Sociale hervormingen - pagina 483
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
539
de daaruit voorvloeiende kosten zullen, over alle verzekeringsplichtigen omgeslagen, voor elk zeer gering zijn, en tegenover die kleine uitgaven staat, dat de verzekeringsplichtige, ingeval zijn bejaarde vader of moeder bij hem mocht inwonen, meteen verzekerd zal zijn voor mogelijke belangrijke uitgaven wegens ziekte die deze trof. Ten slotte wordt gerekend tot het gezin van den verzekeringsplichtige te behooren de bij hem inwonende bloed- of aanverwant in de rechte linie, die tengevolge van zijn lichamelijken of geestelijken toestand bij voortduring niet in staat is in zijn onderhoud te voorzien. De opneming van dezen bloed- en aanverwant in de verzekering berust op denzelfden grond als die van den bovenbedoelden bloed- of aanverwant in de opgaande rechte linie, die 65 jaar of ouder is. Moest de verzekeringsplichtige voor de verzekering van elk gezinslid de daarvoor vereischte premie betalen, dan zou de gezinsverzekering voor den werkman, die een talrijk gezin heeft veel te drukkend zijn. Practisch kan die verzekering dus alleen
dan worden voorgeschreven,
als bij den omslag van de kosten verzekering over de verzekeringsplichtigen geen rekening wordt gehouden met de vraag, of de verzekeringsplichtige gezinshoofd is of niet, noch met de talrijkheid van het gezin. Zoodanige regeling schijnt alleszins te verdedigen. In den regel toch zal de verzekeringsplicht reeds op jeugdigen leeftijd aanvangen, wanneer de verzekeringsplichtige nog niet gehuwd is of althans nog een klein gezin heeft. Betaalt hij dan in die financieel gunstige omstandigheden eene premie, welke iets meer bedraagt dan voor het risico, dat hij voor de verzekering oplevert, noodig is, dan staat daar tegenover, dat hij, wanneer hij later allicht een groot gezin heeft te onderhouden, alsdan dat gezin tegen eene matige premie zal kunnen verzekeren. Dit voordeel zal natuurlijk blijken niet te bestaan voor hem, die ongehuwd blijft, maar voor wien staat het van te voren vast, dat hij ongehuwd zal blijven en later niet een talrijk gezin zal hebben te onderhouden? In het algemeen zal wel juist de jeugdige verzekeringsplichtige de meeste kans hebben om een gezin te krijgen en voor dat waarschijnlijke geval betaalt hij in den aanvang eene premie, welke niet geheel overeenkomt met het risico, dat hij aanvankelijk voor de verzekering oplevert. Aan de regeling, dat de talrijkheid van het gezin van een verzekeringsplichtige niet van invloed is op de voor zijne verzekering te betalen premie, is nog voor de uitvoering een groot voordeel verbonden. De werkgever, die de verzekeringspremie aan de ziektekas moet betalen, behoeft nu niet te onderzoeken of zijn verzekerde werkman een gezin heeft en welke premie casu quo voor de verzekering van dat gezin moet worden betaald.' Het is duidelijk, dat zulk een onderzoek voor den werkgever, die veel vaste werklieden in dienst heeft, uiterst bezwarend zou
der
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's