Sociale hervormingen - pagina 465
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
453 het zeer licht kan voorkomen, dat door een plotseling opgekomen omstandigheid, als b.v. een gebrek aan een of meer der machines, tusschen Zaterdagavond en Maandagmorgen werkzaamheden moeten worden uitgevoerd om het mogelijk te maken, dat de arbeid in de inrichting des Maandags weder kan aanvangen de tijd om daartoe eene schriftelijke vergunning te bekomen zal dan veelal ontbreken. Gaarne zouden zij zien, dat in aansluiting aan hetgeen voor soortgelijke gevallen op andere plaatsen van het ontwerp is bepaald, aan het hoofd of den bestuurder binnen zekere, nauw omschreven grenzen, de bevoegdheid worde toegekend om eigener autoriteit van het verbod van Zondagsarbeid af te wijken. Hierdoor zou ook worden voorzien in het geval, dat op eene aanvraag om vergunning, op het oogenblik waarop die vergunning in werking zou moeten treden, nog niet is beschikt. Andere leden waren van oordeel, dat de bepaling, zooals zij thans luidt, reeds zeer ver gaat. Vergunningen als hier bedoeld zullen zoo spaarzaam mogelijk moeten worden verleend. De aanvragen zullen hoogst waarschijnlijk zeer talrijk zijn en uit dien hoofde zou men er wel in moeten berusten, dat de vergunning ook „namens" den Minister kan worden gegeven, maar het scheen toch niet zonder bedenking, dat de toepassing van den wettelijken regel feitelijk geheel wordt afhankelijk gesteld van het inzicht van ambtenaren. In de wet zullen die ambtenaren tevergeefs naar een leiddraad zoeken en het spreekt, meende men, vanzelf, dat de werkgever, die op Zondag arbeid wenscht te doen verrichten, "vvel steeds zal betoogen, dat zulks „noodzakelijk" is, terwijl het den ambtenaar in den regel wel moeilijk zal vallen het bewijs van het tegendeel te leveren. Men vroeg daarom, of het niet beter ware de vergunning alleen te verleenen, in de gevallen waarin door het hoofd of den bestuurder de onvermijdelijkheid of volstrekte noodzakelijkheid van den Zondagsarbeid wordt aangetoond. Het scheen voorts wenschelijk de gelegenheid open te stellen om van de beslissing van den ambtenaar in beroep te gaan.
Art. 368.
dene leden,
Deze bepaling
gaat, naar het oordeel
van verschei-
te ver.
De
redenen, welke pleiten voor het verzekeren van Zondagskunnen niet, of ten minste slechts in veel geringere mate, worden ingeroepen met betrekking tot de niet op Zondag vallende algemeen erkende Christelijke feestdagen. In verschillende
rust,
bedrijven leveren juist deze feestdagen eene groote bron van inkom-
van aanvragen om vrijvan het verbod zullen inkomen. Men wees er op, dat b.v. voor het banketbakkersbedrij f het vasthouden aan deze bepaling zulke nadeelige gevolgen zou hebben, dat zelfs uit de kringen der banketbakkersbedienden stemmen opgaan om de bepaling althans voor dat bedrijf niet te handhaven. Bestaat er bij de Regeering bezwaar tegen, aan dezen wensch
sten, zoodat het zich laat voorzien, dat tal
stelling
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's