Sociale hervormingen - pagina 64
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
;
;
326 2". dat in de practijk steeds afstand wordt gedaan van de gunstige voorschriften der artt. 423 en volg.;
30. dat, mochten ook al die bepalingen voor den zeevisscher steeds van toepassing zijn, deze geen voldoende en soms in het geheel geen uitkeering zal ontvangen 4<'. dat de nagelaten betrekkingen schadeloosstelling ontvangen
5". dat
van den getroffene geen
de mogelijkheid tot langdurige en veelvuldige processen den loop waarvan de getroffene veelal zonder inkom-
— gedurende sten zal zijn
—
niet
uitgesloten.
is
Waar
dus uit het bovenstaande blijkt, dat ons privaatrecht voldoende de gevolgen van een bedrijfsongeval in het zeevisschersbedrijf geldelijk vergoedt of het recht op dergelijke vergoeding duidelijk erkent, terwijl door behoud van den privaatzelfs met verbetering der bestaande rechtelijken grondslag geene voldoende waarborgen worden wettelijke voorschriften verkregen, dat de zeevisscher tijdig en in de gevallen waarin zijn aanspraak op vergoeding vaststaat zal worden schadeloosgesteld, daar komt het der Regeering wenschelijk voor ten aanzien van het zeevisschersbedrijf eene regeling^ te ontwerpen, waardoor, onder soortgelijke waarborgen als de Ongevallenwet 1901 verleent, voor den door een bedrijfsongeval getroffen zeevisscher en diens gezin de geldelijke nadeelen, door het ongeval veroorzaakt, zooveel mogelijk worden opgeheven.
niet
— —
§ 2.
Het
zeemsschersbedrij'f in Nederla^id
(1).
Men kan onze zeevisscherij in open zee, langs de kusten en op de Zuiderzee, onderscheiden in twee rubrieken de grootvisscherij en de overige zeevisscherij. Tot de grootvisscherij behooren de haringvisscherij, de beugen kolvisscherij, en de trawl- of schrobnetvisscherij, voor zoover deze visscherijen van uit de voornaamste visschersplaatsen in Zuidholland en van uit sommige gemeenten in Noord-holland worden :
uitgeoefend. De kustvisscherij in de Noordzee en de zeevisscherij uitgeoefend van uit tal van gemeenten langs de kusten van Zeeland, Noordholland. Utrecht, Gelderland, Overijsel, Friesland en Groningen behooren tot de tweede rubriek. (i) Over onze zeevisscherij raadplege men De Verslagen van den Staat der Nederlandsche Zeevisscherijen in het bijzonder voor de Zuiderzeevisscherij het rapport van dr. P. P. C. HoEK, over de visscherij in de Zuiderzee, als bijlage III gevoegd bij het Verslag van den Staat der Nederlandsche Zeevisscherijen over 1889; A. HooGENDijK Jr., de Grootvisscherij op de Noordzee het Verslag der Staatscommissie, benoemd bij Koninklijk Besluit van 8 Sept. 1892, no. 21, tot het instellen van een onderzoek omtrent eene afsluiting en eene droogmaking van de Zuiderzee, blad. 25 en volgende en bijlage IV. :
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's