Sociale hervormingen - pagina 331
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
319
met politieke omstandigliedeii, het tijdstip van indiening van een ontwerp en dat van het tot stand komen der wet ver uiteen kunnen Hggen. En wat het voordeel van de behandeling in de StatenGeneraal betreft, diende men niet te vergeten, dat toch ook de Kamerleden een groot deel van hunne kennis putten uit dezelfde ambtelijke rapporten welke de Reg^eering ten dienste staan, terwijl de inlichtingen, welke de Kamerleden van belanghebbenden ontvangen, menigmaal eenzijdig en weinig betrouwbaar zijn. Tegenover het niet weg te cijferen gevaar van een ongenoegzaam voorbereiden algemeenen maatregel van bestuur, meenden deze leden dan ook te mogen wijzen op het veel grooter gevaar van niet genoegzaam doordachte amendementen het valt toch niet te ontkennen, dat het lichter is een verkeerden maatregel van bestuur te wijzigen dan een verkeerde wet te verbeteren. Overigens kon men zich niet voorstellen, dat de Regeering niet, alvorens een algemeenen maatregel van bestuur uit te vaardigen, met mannen van de praktijk zou te rade gaan. ;
die tegen het overwegend aandeel, dat de Regeering in ontwerp aan algemeene maatregelen van bestuur wenscht toe te kennen, bezwaren hadden, waren van oordeel, dat die bezwaren te meer klemmen, nu de werkgevers behalve met die algemeene maatregelen van bestuur ook nog met de beslissingen van gemeenteraden, burgemeesters en commissiën zullen hebben te rekenen, terwijl zij ook in nog meer opzichten zullen afhankelijk zijn van de wisselende inzichten van ambtenaren en het blijkbaar in de bedoeling ligt, ook aan lagere ambtenaren, als de adjunct-inspecteurs, ten deze eene uitgebreide bevoegdheid te verleenen. Men vreesde, dat overdrijving van het stelsel van decentralisatie in deze niet anders dan onzekerheid en verwarring ten gevolge zal kunnen hebben. Ook voor de ambtenaren. Eensdeels toch zal het, nu zij zich niet in een afgerond geheel kunnen inwerken, maar telkens een nieuwen algemeenen maatregel van bestuur voor zich krijgen, niet gemakkelijk voor hen zijn zich een klaar begrip van het geheele samenstel der bepalingen voor oogen te stellen en aan den anderen kant zullen, bij gebreke aan eene regeling van de ambtelijke verhouding tusschen de burgemeesters en de inspecteurs, tal van conflicten kunnen rijzen, welke aan eene juiste toepassing der wet niet anders dan schade zullen kunnen toebrengen. Het scheen trouwens reeds op zich zelf verkeerd den burgemeesters, die in de laatste jaren door tal van wetten hun taak reeds zoo aanmerkelijk hebben zien verzwaren, thans opnieuw zulk een z war en last op de schouders te laden als het ontwerp door de artikelen 24, 26, 31, 34, 41, 42, 258, 259, 260,262,263, 296, 299, 395, 406, 415 en 423 beoogt; nog meer verdient dit afkeuring, waar, zooals b. v. in laatstgenoemd artikel, de burgemeester tot dienaar van den „ambtenaar" verlaagd wordt. Vele andere leden waren van meening, dat het onvermijdelijk Zij,
dit
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's