Sociale hervormingen - pagina 105
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I.
:
95 al zou dit niet reeds hierop dat het verschil in leeftijd der verzekerden het hoogst moeilijk zou maken een goede basis voor de verdeeling te vinden. Zie verder art. io6.
toegekend een deel van de Rijksbijdrage, afstuiten,
Art. 8 en arL
gen van
g, ^(j;'j-/ö
invaliditeit of
/zV/.
Verzekering tegen geldelijke gevol-
ouderdom
is
onbestaanbaar, indien ouder-
dom of invaliditeit ingetreden is. De werkman behoort dus niet verzekeringsplichtig te
zijn,
indien
70 jaren oud of invalide wordt, zonder dat hij uit eigen hoofde verzekerd is. Omtrent de reden, die er toe geleid heeft in art. 8 krachtens deze wet is verzekerd" en in te spreken van „niet ingevolge artikel i dezer wet is art. 9, eerste lid van „niet verzekerd," zij het vergund te verwijzen naar de toelichting hij
van
art.
12.
Of de werkman vroeger verzekerd
is
geweest,
is
onverschillig
de vroegere verzekering is vervallen en hij kan daaraan dus geen rechten ontleenen. Dat in het stelsel van het ontwerp de vervallen verzekering herleeft, indien de verzekering hernieuwd wordt, is daarop niet van invloed. Het herleven der vervallen verzekering is niet een noodzakelijk gevolg, een uitvloeisel van de hernieuwing. Voor de vraag of een werkman kan worden toegelaten tot de verzekering, is overigens beslissend de toestand op het ogenblik, waarop hij tot de verzekering zou toetreden; het antwoord op die vraag kan niet afhankelijk zijn van hetgeen rechtens het geval zou wezen, indieji hij toegelaten werd zich te verzekeren. De werkman behoort dus ook niet verzekeringsplichtig te zijn, indien hij verzekerd is geweest en op het tijdstip, waarop hij wederom onder art. i valt, invalide of 70 jaren oud is. Maar het belang van het fonds laat ook niet toe den werkman op eenigszins gevorderden leeftijd in de verzekering op te nemen. de nota der deskundigen, gevoegd bij het verslag der Staatscommissie (bladz. 347), zou de premie bij toetreding op den leeftijd van 35 jaren ongeveer tweemaal, bij toetreding op den leeftijd van 45 jaren ruim driemaal zoo hoog moeten zijn als bij toetreding op den leeftijd van 16 jaren. De premie te laten af hanBlijkens
gen van den leeftijd bij toetreding is practisch niet mogelijk. Zij, die op lateren leeftijd toetraden, zouden dus ten koste hunner medeverzekerden
aanmerkelijk
bevoordeeld worden. Vooral de
kleine ondernemers zouden, door op gevorderden leeftijd, als zij reden hadden te vreezen spoedig invalide te zullen worden, een korten tijd voor loon te gaan werken en dan krachtens art. i, eerste lid verzekerd te worden en, bij het laten varen van den loonarbeid, krachtens art. i tweede lid verzekerd te blijven, zich ten koste van de overige verzekerden kunnen verrijken. Dit wordt grootendeels voorkomen door het vaststellen van een uitsluitings,
leeftijd.
De
voorgestelde uitsluitingsleeftijd van 35 jaren levert voorden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's