Sociale hervormingen - pagina 85
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
75 in persoon worden gegeven in het bijzijn van den werkgever of van hem, die namens dezen het contract afsluit. Bij de schriftelijke machtiging daarentegen is de vader of de voogd in de gelegenheid, al naar het karakter van den minderjarige dit wenschelijk doet voorkomen, de machtiging binnen enger of ruimer grenzen te beperken. Hij kan over alle punten, ten opzichte van welke hem dit nuttig voorkomt, voorwaarden in de machtiging opnemen. Intusschen komt het den ondergeteekende onnoodig voor, zulks uitdrukkelijk te bepalen, gelijk het Regeeringsontwerp van 1901 bij dit artikel deed. In eene wet is al wat overtollig is schadelijk. Het is deze overweging, die den ondergeteekende er toe geleid heeft, zoo hier als op verschillende punten elders, het oorspronkelijk ontwerp te besnoeien. Wat de schrapping hier ter plaatse betreft, uit de algemeene rechtsbeginselen kan men reeds afleiden hetgeen in het derde en vierde lid van dit artikel wordt vermeld, terwijl het minder de taak des wetgevers schijnt belanghebbenden de wijze aan te geven, waarop zij van hunne bevoegdheden gebruik kunnen maken, dan wel rechtsregelen voor te schrijven, welke hunne rechtsverhoudingen beheerschen. Op dezelfde gronden heeft de ondergeteekende gemeend ook het zesde en zevende, voorlaatste, lid van het artikel daaruit te moeten verwijderen. Ook zonder de bepaling van het zesde lid zal het duidelijk zijn, dat, heeft eenmaal de minderjarige wettiglijk eene
woordiger
arbeidsovereenkomst aangegaan, de wettelijke vertegenwoordiger kan ingrijpen in den rechtstoestand, welke krachtens zijne machtiging is geschapen, behalve in het geval, waarin de wet hem die bevoegdheid uitdrukkelijk toekent (art. 1639 <?,) terwijl het voorlaatste lid overbodig geacht kan worden om deze reden, dat de machtiging, welke haren uitsluitenden rechtsgrond vindt in de ouderlijke macht of de voogdij, met de meerderjarigheid van rechtswege moet vervallen, en met haar natuurlijk alle de bepalingen en voorwaarden, welke zij mocht bevatten. Evenals in art. 1639 ?z den man het middel is aangegeven om in bepaalde gevallen, indien de vrouw van de haar in art. 1637 toegekende bevoegdheid een gebruik maakt, dat nadeel voor haar zelve of haar gezin zoude teweegbrengen, zich daartegen te verzetten, geeft artikel 163919 aan den wettelijken vertegenwoordiger, en artikel 1639/ aan het Openbaar Ministerie, de gelegenheid de door den minderjarige gesloten overeenkomst, indien zij voor hem nadeelige gevolgen heeft of zal hebben, door den rechter ontbonden te doen verklaren. De bevoegdheid, welke de minderjarige aan de machtiging ontleent, staat in het laatste lid van het artikel omschreven. Zij komt, op ééne uitzondering na, overeen met die in art. 163 7 aan de gehuwde vrouw geschonken. Dezelfde redenen, welke den ondergeteekende noopten eene wijziging te brengen in de omschrijving van de bevoegdheid der gehuwde vrouw, hebben hem er toe gebracht, de aanduiding der handelingsbevoegdniet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's