Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Sociale hervormingen - pagina 90

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sociale hervormingen - pagina 90

voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.

2 minuten leestijd

8o

overweging, dat het den arbeider, die, meerder- of minderjarig, zich in zijn vrijen tijd in eenigen tak van het bedrijf zijns werkgevers wil bekwamen, moet vrijstaan om zulk onderricht bij wijze van loon voor zich te bedingen. Uit den aard der zaak zal dit loon in den regel slechts een gedeelte uitmaken van het gansche bedrag van het bedongen loon.

Het scheen intusschen niet noodzakelijk de bepaling te beperken tot het onderricht, dat verstrekt wordt, ten einde den arbeider „in des werkg-evers vak op te leiden of verder te ontwikkelen".

Eene uitzondering wordt tot

inwonende

arbeiders.

noodig geacht met betrekking zijn daar nog andere vormen ieder geval behoeft daar niet eene

alleen

Wellicht

van loon wenschelijk en in schriftelijke overeenkomst te worden gevorderd. ;

Art. 1637/è. Niet zelden komt het voor, dat de arbeider bij den werkgever in dienst treedt, zonder dat in de arbeidsovereenkomst of in het reglement eene uitdrukkelijke bepaling omtrent het bedrag van het loon opgenomen is 1). De werkgever, soms ook de arbeider, acht zich dan bevoegd, eenzijdig het loon te bepalen. Ernstige moeilijkheden zijn daardoor gerezen. Voor deze gevallen stelt het artikel den regel, die door den aard der zaak wordt aangewezen en dien men dan ook in buitenlandsche wetten terugvindt (Duitsch Burg. Wetb. §612; Alg. Duitsch Handelswetboek, art. 57, herzien Wetb., § 59 Belgische wet van 1 o Maart 1900, art. 3, derde lid); verg. ook Ontw. 1820, art. 2643. Zal dit artikel toepassing vinden, dan moet eerst vaststaan, dat eene arbeidsovereenkomst in den zin van art. 16370 is gesloten, dat dus de overeenkomst ten doel heeft het verrichten van arbeid tegen loon gedurende een zekeren tijd. Of dit inderdaad de strekking is van de overeenkomst, is eene niet altijd gemakkelijk te beslissen vraag; het antwoord moet uit de omstandigheden worden opgemaakt. Eene bepaling als die van § 612 Duitsch B.W. „eine Vergütung gilt als stillschweigend vereinbart, wenn die Dienstleistung den Umstanden nach nur gegen eine Vergütung zu erwarten ist", maakt de beantwoording niet gemakkelijker en is daarom niet opgenomen. Den rechter reeds aanstonds imperatief in de loonregeling te betrekken, terwijl er van verschil omtrent het loonsbedrag nog volstrekt geen quaestie behoeft te zijn, kwam ongeraden voor. Vandaar dat de woorden „door den regter" uit het oorspronkelijke artikel (art. 1 6 ontw.-DRUCKER, art. 1637^ ontwerp van 1901) ;

:

zijn

geschrapt.

Art. 1637/. loon op eene

Zie bijv. het Verslag van de 2e Afd. der Staatscommissie van Arbeidsenquête, 96, 392, 396, 432, 462, 498; Verhooren Amsterdam 279, 280.

1) bl.

Werd niets anders bepaald, dan zou ingeval het andere wijze was vastgesteld dan volgens artikel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

Sociale hervormingen - pagina 90

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's